15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/36
Beroep ingesteld op 27 juni 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Groothertogdom Luxemburg
(Zaak C-282/08)
(2008/C 209/56)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: W. Roels en W. Wils, gemachtigden)
Verwerende partij: Groothertogdom Luxemburg
Conclusies
—
vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (1), althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Groothertogdom Luxemburg te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De termijn voor omzetting van richtlijn 2005/29/EG in nationaal recht is op 12 juni 2007 verstreken. Op het tijdstip van de instelling van het onderhavige beroep had verweerder maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de richtlijn, nog steeds niet vastgesteld of, in ieder geval, niet aan de Commissie meegedeeld.
(1) PB L 149, blz. 22.
Full & Egal Universal Law Academy