25.10.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 272/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 2 juli 2008 — German Graphics Graphische Maschinen GmbH, andere partij: A. van der Schee, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Holland Binding BV
(Zaak C-292/08)
(2008/C 272/07)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: German Graphics Graphische Maschinen GmbH
Andere partij: A. van der Schee, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Holland Binding BV
Prejudiciële vraag
1.
Moet artikel 25, lid 2, van de Insolventieverordening (1) aldus worden uitgelegd dat de daarin opgenomen woorden „voor zover dat verdrag (i.e. de EEX-Verordening (2)) van toepassing is” inhouden dat alvorens met betrekking tot andere dan de in artikel 25, lid 1, IVO bedoelde beslissingen kan worden besloten tot toepasselijkheid van de erkennings- en tenuitvoerleggingsregeling van de EEX-Verordening, eerst nog moet worden onderzocht of zij op grond van artikel 1, lid 2, aanhef en onder b, EEX-Verordening buiten het materiële toepassingsgebied van deze verordening vallen?
2.
Moet artikel 1, lid 2, aanhef en onder b, EEX-Verordening in verbinding met artikel 7, lid 1, IVO aldus worden uitgelegd dat de omstandigheid dat een goed waarop het eigendomsvoorbehoud rust, zich op het tijdstip waarop een insolventieprocedure tegen de koper wordt geopend, bevindt in de lidstaat waar die insolventieprocedure is geopend, ertoe leidt dat een op het eigendomsvoorbehoud gegronde vordering van de verkoper als die van German Graphics moet worden beschouwd als een vordering die betrekking heeft op het faillissement, als bedoeld in artikel 1, lid 2, aanhef en onder b, EEX-Verordening en die daarom buiten het materiële toepassingsgebied van die verordening valt?
3.
Is in het kader van vraag 2 van belang dat ingevolge artikel 4, lid 2, aanhef en onder b, IVO het recht van de lidstaat waar de procedure is geopend, bepaalt welke goederen tot de boedel behoren?
(1) Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PB L 160, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy