27.9.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 247/5
Beroep ingesteld op 2 juli 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Tsjechische Republiek
(Zaak C-294/08)
(2008/C 247/07)
Procestaal: Tsjechisch
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: B. Schima en M. Šimerdová, gemachtigden)
Verwerende partij: Tsjechische Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Tsjechische Republiek
—
door bij de inschrijving van een ingevoerd voertuig waarvoor kan worden aangetoond dat de technische typegoedkeuring in een andere lidstaat plaatsvond, te eisen dat het voertuig op de datum van de typegoedkeuring voldoet aan de technische vereisten die op deze datum van toepassing zijn in de Tsjechische Republiek, en
—
door, wanneer niet aan deze voorwaarden is voldaan, te eisen dat het voertuig aan een controle wordt onderworpen om na te gaan of het voldoet aan de technische vereisten die op de productiedatum van het voertuig in de Tsjechische Republiek van toepassing zijn op de categorie waartoe het betrokken voertuig behoort,
de krachtens artikel 28 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Tsjechische Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De voorwaarden voor inschrijving van tweedehandsvoertuigen die in de Tsjechische Republiek worden ingevoerd vanuit andere lidstaten, waar zij voordien waren ingeschreven, zijn in Tsjechisch recht opgenomen in wet nr. 56/2001 Sb (1). Artikel 35, leden 1 en 2, van wet nr. 56/2001 Sb. bevat de voorwaarden voor inschrijving van een afzonderlijk ingevoerd tweedehandsvoertuig waarvoor kan worden aangetoond dat de technische typegoedkeuring in een andere lidstaat plaatsvond.
De Tsjechische autoriteiten erkennen de overeenstemming met de technische regeling van een dergelijk voertuig wanneer het voertuig, zijn systemen, zijn dragende onderdelen of zijn afzonderlijke technische units, op de datum van de technische typegoedkeuring in een andere lidstaat van de EU, voldeden aan de technische vereisten die op deze datum in de Tsjechische Republiek van toepassing waren, en welke zijn vastgelegd in een uitvoeringsbepaling (artikel 35, lid 1, van wet nr. 56/2001 Sb.).
Voldeden op de datum van de technische typegoedkeuring in een andere lidstaat van de EU het voertuig, zijn systemen, zijn onderdelen, of zijn afzonderlijke technische units niet aan de technische vereisten die op deze datum in de Tsjechische Republiek van toepassing waren, en welke zijn vastgelegd in de uitvoeringsbepaling, dan doet de bevoegde autoriteit uitspraak over de overeenstemming met de technische regeling op grond van een technisch verslag dat wordt opgesteld door het technisch controlecentrum. Dit centrum stelt een technisch certificaat op wanneer het voertuig voldoet aan de technische vereisten die op de productiedatum van het voertuig in de Tsjechische Republiek van toepassing zijn op de categorie waartoe het voertuig behoort (artikel 35, lid 2, van wet nr. 56/2001 Sb.).
Derhalve vloeit uit artikel 35, leden 1 en 2, van wet nr. 56/2001 Sb. voort dat de technische goedkeuring van alle tweedehandsvoertuigen waarvoor een andere lidstaat reeds een certificaat van overeenstemming met de technische regeling per type voertuig heeft opgesteld, altijd aan een nieuwe controle op basis van de Tsjechische wettelijke regeling wordt onderworpen. Volgens de Commissie is deze benaderingswijze strijdig met het beginsel van het vrije verkeer van goederen, volgens hetwelk goederen die conform de wettelijke regeling van een lidstaat op de markt werden gebracht, moeten worden toegelaten op de markten van alle andere lidstaten. De Tsjechische wettelijke regeling houdt helemaal geen rekening met het resultaat van de technische controles waaraan het betrokken voertuig in een andere lidstaat werd onderworpen, hetgeen strijdig is met artikel 3, lid 2, van richtlijn 96/96/EG van de Raad.
Gelet op een en ander is de Commissie van mening dat de Tsjechische wettelijke regeling neerkomt op een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking in de zin van artikel 28 EG. Deze maatregel biedt geen bescherming voor de gezondheid en het leven van personen, het milieu of de verkeersveiligheid, en is derhalve niet gerechtvaardigd op grond van artikel 30 van het EG-Verdrag of op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
(1) Wet nr. 56/2001 Sb., inzake de voorwaarden voor het gebruik van voertuigen op de weg en houdende wijziging van wet nr. 168/1999 Sb., inzake de aansprakelijkheidsverzekering voor schade veroorzaakt wegens het besturen van een voertuig, en houdende wijziging van verschillende wetten ter zake („wet aansprakelijkheidsverzekering voertuigen”), zoals gewijzigd bij wet nr. 307/1999 Sb.
Full & Egal Universal Law Academy