30.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 223/34
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d'appel de Montpellier (Frankrijk) op 3 juli 2008 — Ministère public/Ignacio Pédro Santesteban Goicoechea
(Zaak C-296/08)
(2008/C 223/54)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour d'appel de Montpellier
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ministère public
Verwerende partij: Ignacio Pédro Santesteban Goicoechea
Prejudiciële vragen
1)
Heeft de omstandigheid dat een lidstaat, in casu Spanje, heeft nagelaten krachtens artikel 31, lid 2, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (1), kennis te geven van zijn bedoeling om bilaterale of multilaterale overeenkomsten te blijven toepassen, gelet op de in artikel 31 van dit kaderbesluit gebruikte uitdrukking „in de plaats komen” tot gevolg dat die lidstaat in zijn betrekkingen met een andere lidstaat, in casu Frankrijk, die een verklaring krachtens artikel 32 van het kaderbesluit heeft afgelegd, geen gebruik kan maken van andere procedures dan die van het Europese aanhoudingsbevel?
2)
Indien die vraag ontkennend wordt beantwoord: Kan de uitvoerende staat op basis van het voorbehoud dat hij heeft gemaakt, een overeenkomst toepassing laten vinden die dateert van 27 september 1996, dus van voor 1 januari 2004, maar die in die uitvoerende staat na deze — in artikel 32 van het kaderbesluit bedoelde — datum 1 januari 2004 in werking is getreden?
(1) Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy