8.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 285/15
Beroep ingesteld op 17 juli 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Franse Republiek
(Zaak C-327/08)
(2008/C 285/26)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: G. Rozet en D. Kukovec, gemachtigden)
Verwerende partij: Franse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat
door artikel 44, lid 1, van decreet nr. 2005-1308 van 20 oktober 2005, artikel 46, lid 1, van decreet nr. 2005-1742 van 30 december 2005 en artikel 80, lid 1, punt 1, van decreet nr. 2006-975 van 1 augustus 2006 vast te stellen en te handhaven, voor zover deze bepalingen voorzien in de mogelijkheid voor aanbestedende diensten om de redelijke termijn die in acht moet worden genomen tussen de kennisgeving aan de inschrijvers en de ondertekening van de overeenkomst, te verkorten zonder tijdslimiet en zonder enige bij de nationale regeling vooraf vastgestelde objectieve voorwaarde,
en
door artikel 1441, lid 1, van het nieuwe wetboek van burgerlijk procesrecht, zoals gewijzigd bij decreet nr. 2005-1308 van 20 oktober 2005, vast te stellen en te handhaven, voor zover deze bepaling een termijn van tien dagen stelt voor het antwoord van de betrokken aanbestedende dienst, waarbij voor dat antwoord elk precontractueel kort geding is verboden en zonder dat deze termijn de termijn schorst die in acht moet worden genomen tussen de kennisgeving aan de inschrijvers en de ondertekening van de overeenkomst,
is de Franse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens richtlijn 89/665/EEG (1) en richtlijn 92/13/EEG (2), zoals uitgelegd door het Hof van Justitie in zijn arresten in zijn arresten Alcatel (C-81/98) en Commissie/Oostenrijk (C-212/02), en meer in het bijzonder artikel 2, lid 1, van richtlijn 89/665/EEG en artikel 2, lid 1, van richtlijn 92/13/EEG;
—
de Franse Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie voert twee middelen aan ter ondersteuning van haar beroep.
Met haar eerste middel verwijt de Commissie verweerster dat zij de aanbestedende diensten in staat stelt om in spoedeisende gevallen de minimumtermijn die in acht moet worden genomen tussen de kennisgeving van het besluit tot gunning van de opdracht aan alle inschrijvers en de ondertekening van de overeenkomst voor deze opdracht, in te korten tot minder dan 10 dagen. De spoedeisendheid waarvan in de Franse wetgeving sprake is, wordt immers overgelaten aan de discretionaire beoordeling van de aanbestedende dienst, zonder dat een objectieve voorwaarde wordt gesteld. Voorts bevat dezelfde wetgeving geen enkele garantie dat de inschrijvers in kennis worden gesteld van het aantal dagen waarmee de termijn wordt ingekort, hetgeen tot gevolg kan hebben dat deze inschrijvers een precontractueel beroep instellen tegen een besluit tot gunning van een opdracht, terwijl de overeenkomst voor die opdracht reeds is ondertekend. Een dergelijke situatie is duidelijk in strijd met het doel van de richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG, dat is bevestigd in de rechtspraak van het Hof en bestaat in de invoering van doeltreffende en snelle beroepsprocedures tegen onwettige besluiten van de aanbestedende dienst in een fase waarin de schendingen nog kunnen worden gecorrigeerd.
Met haar tweede middel verwijt de Commissie verweerster voorts dat zij het nuttig effect van de betrokken richtlijnen aantast door in de Franse regeling te voorzien in een voorafgaande fase van verplichte ingebrekestelling van de aanbestedende dienst die geen schorsende werking heeft op de termijn die in acht moet worden genomen tussen de kennisgeving van het besluit tot gunning van de opdracht en de ondertekening van de overeenkomst voor die opdracht. Voor zover de instelling van een beroep door een gepasseerde inschrijver is uitgesloten binnen de termijn voor een antwoord op de ingebrekestelling, die 10 dagen bedraagt, zou een antwoord van de aanbestedende dienst na het verstrijken van deze termijn de gepasseerde inschrijver elke mogelijkheid ontnemen om doeltreffend beroep in te stellen, aangezien op die datum de overeenkomst zal zijn ondertekend.
(1) Richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (PB L 395, blz. 33), zoals gewijzigd bij richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (PB L 209, blz. 1).
(2) Richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PB L 76, blz. 14).
Full & Egal Universal Law Academy