8.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 285/17
Hogere voorziening ingesteld op 21 juli 2008 door Transports Schiocchet — Excursions SARL tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 19 mei 2008 in zaak T-220/07, Transports Schiocchet — Excursions/Commissie
(Zaak C-335/08 P)
(2008/C 285/28)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Transports Schiocchet — Excursions SARL (vertegenwoordiger: D. Schönberger, advocaat)
Andere partij in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
vernietiging van de beschikking van het Gerecht van 19 mei 2008;
—
toewijzing van het in eerste aanleg gevorderde en daarmee afdoening van de zaak;
—
subsidiair, verwijzing van de zaak naar het Gerecht;
—
verwijzing van de Commissie in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante roept drie middelen in ter ondersteuning van haar hogere voorziening.
Met haar eerste middel stelt zij dat het Gerecht het met beslissingen van de communautaire rechtsorde samenhangende rechtszekerheidsbeginsel, de artikelen 235 EG en 288, tweede alinea, EG en artikel 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft geschonden, nu het Gerecht in punt 39 van de bestreden beschikking heeft geoordeeld dat de instelling van de beroepen bij de nationale rechterlijke instanties door rekwirante geen schorsende of stuitende werking heeft, terwijl het Gerecht in zijn eerdere beslissingen, die inmiddels kracht van gewijsde hebben gekregen, de voortzetting van de procedure bij de nationale rechterlijke instanties juist had aangemoedigd.
Met haar tweede middel wijst rekwirante op meerdere beoordelingsfouten van het Gerecht ten aanzien van de voorwaarden waaronder de niet-contractuele aansprakelijkheid intreedt, welke fouten verband houden met de verdraaiing van de feiten en de conclusies van haar verzoekschrift, van artikel 288, tweede alinea, EG en van artikel 230 EG, met name wat betreft de bewering dat de nationale gerechtelijke instanties het standpunt van de Commissie zouden hebben bevestigd en de beoordeling van de periode waarin de schade is geleden.
Met haar derde en laatste middel roept rekwirante een schending van artikel 4, lid 2, en artikel 2, punt 1.3, van verordening 684/92 (1) in, doordat het Gerecht, door de door de Commissie gegeven uitlegging te volgen, de activiteit van haar concurrenten onjuist heeft gekwalificeerd als „bijzonder vervoer” (artikel 4, lid 2), dat van vergunning is vrijgesteld, terwijl het in werkelijkheid om parallel of tijdelijk vervoer (artikel 2, punt 1.3) gaat, dat aan dezelfde regels is onderworpen als het geregelde vervoer van rekwirante.
(1) PB L 74, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy