22.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/28
Beroep ingesteld op 30 september 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Republiek Polen
(Zaak C-435/08)
(2008/C 301/43)
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: K. Simonsson en M. Owsiany-Hornung, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Polen
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Polen niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 2 en 13 van richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van richtlijn 93/75/EEG van de Raad (1), door alle pleziervaartuigen uit te sluiten van het toepassingsgebied van de verordening van de minister van infrastructuur van 13 december 2002 betreffende bijzondere vereisten voor de veiligheid van de zeescheepvaart, waarbij bepaalde bepalingen van deze richtlijn in nationaal recht worden omgezet, en door § 3, lid 3, van de verordening van de minister van infrastructuur van 12 mei 2003 betreffende de mededeling van informatie door de reder van een schip dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoert, waarbij artikel 13 van deze richtlijn in nationaal recht wordt omgezet, vast te stellen, volgens welke de reders van schepen die Poolse havens verlaten, de (in bijlage I, punt 3, van de richtlijn bedoelde) algemene informatie over het schip en de lading ervan pas bij de vastlegging van de reisroute van het schip moeten meedelen wanneer bij de afvaart uit de haven de naam van de haven van bestemming of de ankerplaats niet bekend is;
—
de Republiek Polen verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Republiek Polen heeft niet voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 2 en 13 van richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van richtlijn 93/75/EEG van de Raad.
De Republiek Polen heeft artikel 2 van richtlijn 2002/59, waarbij „vissersschepen, traditionele schepen en pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter” van het toepassingsgebied ervan worden uitgesloten, niet correct omgezet.
§ 2, lid 1, nr. 2, van de verordening van de minister van infrastructuur van 13 december 2002 betreffende bijzondere vereisten voor de veiligheid van de zeescheepvaart, waarbij bepaalde bepalingen van deze richtlijn in nationaal recht werden omgezet, gaat in dit opzicht verder door alle pleziervaartuigen van het toepassingsgebied uit te sluiten. Een dergelijke beperking van het toepassingsgebied van de richtlijn schendt artikel 2 ervan.
Bovendien heeft de Republiek Polen niet voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 13 van richtlijn 2002/59. Volgens artikel 13, lid 1, van de richtlijn moet de „exploitant, de agent of de kapitein van een schip, ongeacht de grootte ervan, dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoert en een haven van een lidstaat verlaat, […] uiterlijk bij de afvaart de in bijlage I, punt 3, bedoelde informatie mee[delen] aan de door die lidstaat aangewezen bevoegde instantie”.
§ 3, lid 1, van de verordening van de minister van infrastructuur van 12 mei 2003 betreffende de mededeling van informatie door de reder van een schip dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoert, bevat een dergelijke verplichting. § 3, lid 3, bepaalt evenwel: „Wanneer bij de afvaart uit de haven de naam van de haven van bestemming of de ankerplaats niet bekend is, wordt deze informatie […] later bij de vastlegging van de reisroute van het schip meegedeeld”.
Deze mogelijkheid is dus niet beperkt tot de uitzondering waarover in artikel 13, lid 2, van de richtlijn wordt gesproken (een schip komende van een haven buiten de Gemeenschap en op weg naar een haven van een lidstaat of naar een ankerplaats in de territoriale wateren van een lidstaat). Deze afwijking met betrekking tot het tijdstip van mededeling van de informatie schendt volgens de Commissie artikel 13 van de richtlijn.
(1) PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10.
Full & Egal Universal Law Academy