10.1.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 6/11
Beroep ingesteld op 7 oktober 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Franse Republiek
(Zaak C-443/08)
(2009/C 6/18)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: A. Alcover San Pedro en J.-B. Laignelot, gemachtigden)
Verwerende partij: Franse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Franse Republiek, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk om artikel 2, punt 3, artikel 2, punt 4, en artikel 4, lid 4, van richtlijn 1999/13/EG van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties (1) juist om te zetten wat de definitie van de begrippen „kleine installatie” en „belangrijke wijziging” en de verplichtingen voor bestaande installaties betreft, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Franse Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster voert aan dat de begrippen „kleine installatie” en „belangrijke wijziging”, zoals gedefinieerd in artikel 2, punten 3 en 4, van richtlijn 1999/13/EG, onontbeerlijk zijn om te zorgen voor een geharmoniseerde en doeltreffende toepassing van deze richtlijn, aangezien zij de verplichtingen voor bepaalde categorieën van industriële installaties waarop de richtlijn betrekking heeft, verduidelijken. De omzetting van de richtlijn in Frans recht bevat op dit punt talrijke leemtes, aangezien verweerster het begrip „kleine installatie” niet heeft gedefinieerd, terwijl haar definitie van het begrip „belangrijke wijziging” geen rekening houdt met de drempelwaarden van toename van de emissies van vluchtige organische stoffen waarboven een wijziging van de installatie als belangrijk moet worden beschouwd.
Verzoekster betreurt ook het gebrek aan nauwkeurigheid en duidelijkheid bij de omzetting van artikel 4, lid 4, van de richtlijn inzake de verplichtingen die gelden voor belangrijke wijzigingen die bestaande installaties hebben ondergaan. Aangezien de regels inzake nieuwe installaties strenger zijn dan die welke gelden voor oude installaties, dient immers ook een duidelijkere regeling te worden vastgesteld in de gevallen waarin een bestaande installatie belangrijke wijzigingen ondergaat, teneinde de nuttige werking van de richtlijn, die milieubescherming op een hoog niveau nastreeft, te waarborgen.
(1) PB L 85, blz 1.
Full & Egal Universal Law Academy