7.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/13
Beroep ingesteld op 4 november 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Koninkrijk België
(Zaak C-474/08)
(2009/C 32/21)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: M. Patakia en B. Schima, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk België
Conclusies
—
vaststellen dat het Koninkrijk België,
door niet te bepalen dat gevallen van weigering van toegang tot het distributie- of transportnet kunnen worden voorgelegd aan de regelgevende instantie, die binnen twee maanden bij wege van bindende beslissing uitspraak zal doen, overeenkomstig artikel 23, lid 5, van richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG (1),
door bepaalde, voor de berekening van de tarieven doorslaggevende elementen uit te sluiten van de in artikel 23, lid 2, van richtlijn 2003/54/EG vastgelegde bevoegdheden van de regelgevende instantie,
de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Koninkrijk België verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie stelt in de eerste plaats dat de omzetting in Belgisch recht van artikel 23, lid 5, van richtlijn 2003/54/EG niet heeft plaatsgevonden. De relevante bepalingen van de Belgische wet op de organisatie van de elektriciteitsmarkt zijn immers zó algemeen gesteld dat aan de hand daarvan niet met zekerheid kan worden vastgesteld of er al dan geen individueel beroepsrecht bestaat tegen beslissingen tot weigering van toegang tot het distributie- of transportnet voor elektriciteit. Deze bepalingen leggen in het bijzonder geen specifiek procedureel kader vast en geen termijn voor het antwoord van de regelgevende instantie, in casu de nationale Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit (CRE).
In de tweede plaats verwijt verzoekster verweerder schending van 23, lid 2, van richtlijn 2003/54/EG, voor zover hij de Koning, dat wil zeggen een andere instantie dan de CRE, de bevoegdheid verleent om bijzondere regels vast te stellen betreffende de afschrijvingen en de winstmarge met betrekking tot investeringen van nationaal en Europees belang. Deze procedure is niet verenigbaar met bovenbedoeld artikel, aangezien de regelgevende instantie in beide gevallen geen enkele invloed lijkt te hebben op de methoden voor het berekenen of vastleggen van de transport- en distributietarieven.
(1) PB L 176, blz. 37.
Full & Egal Universal Law Academy