24.1.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 19/13
Hogere voorziening ingesteld op 6 november 2008 door Evropaïki Dynamiki — Proigmena Systimata Tilepikoinonion Pliroforikis kai Tilematikis AE tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 10 september 2008 in zaak T-59/05, Evropaïki Dynamiki — Proigmena Systimata Tilepikoinonion Pliroforikis kai Tilematikis AE/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak C-476/08 P)
(2009/C 19/23)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Evropaïki Dynamiki — Proigmena Systimata Tilepikoinonion Pliroforikis kai Tilematikis AE (vertegenwoordigers: N. Korogiannakis, P. Katsimani, Δικηγόροι)
Andere partij in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
Rekwirante vordert:
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht;
—
nietigverklaring van de beschikking van de Commissie (DG Landbouw) waarbij rekwirantes offerte niet in aanmerking is genomen en de opdracht aan een andere inschrijver is gegund;
—
verwijzing van de Commissie in de door rekwirante in verband met de procedure in eerste aanleg gemaakte kosten in en buiten rechte, ook ingeval deze hogere voorziening wordt verworpen, alsmede in de kosten van de hogere voorziening indien zij wordt toegewezen.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante voert voor haar hogere voorziening tegen het arrest in zaak T-59/05 van het Gerecht de volgende gronden aan:
Het Gerecht heeft de procedurevoorschriften geschonden door niet te oordelen dat er een kennelijke discrepantie bestond tussen de gunningscriteria in hoofdstuk 5.2 van het EvCo Report en de criteria in hoofdstuk 5.4 van dit Report, en door de toepasselijke procedurevoorschriften betreffende de bewijslast verkeerd te interpreteren. Meer in het bijzonder geeft het Gerecht geen onderbouwing voor zijn kwalificatie van een kennelijke discrepantie als „typfout”, en er valt daarvoor ook op geen enkele manier enige onderbouwing af te leiden uit de inhoud van het Evaluation Report zelf.
Voorts wordt in het arrest geen rekening gehouden met de consequenties van de schending door de Commissie van haar zorgvuldigheidsplicht en het beginsel van behoorlijk bestuur. Aangezien het Gerecht wel heeft verklaard dat de Commissie in strijd heeft gehandeld met het recht, maar de beschikking van de Commissie niet nietig heeft verklaard op deze grond, heeft het Gerecht ontegenzeglijk verzuimd, de relevante bepalingen toe te passen.
Tevens heeft het Gerecht verzuimd, de relevante bepalingen toe te passen met betrekking tot de verplichting van de aanbestedende autoriteit om haar beslissing te motiveren, op grond waarvan het de aanbestedingsbeschikking nietig had moeten verklaren; slechts resultaten en enkele algemene opmerkingen uit het Evaluation Report zijn rekwirante meegedeeld bij de brief van 10 december 2004. In die zin heeft het Gerecht het hem overgelegde bewijs verkeerd beoordeeld, zodat het arrest dient te worden vernietigd.
Full & Egal Universal Law Academy