7.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/10
Hogere voorziening ingesteld op 12 december 2008 door Agrar-Invest-Tatschl GmbH tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Achtste kamer) van 8 oktober 2008 in zaak T-51/07, Agrar-Invest-Tatschl GmbH/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak C-552/08 P)
(2009/C 55/16)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Agrar-Invest-Tatschl GmbH (vertegenwoordigers: U. Schrömbges en O. Wenzlaff, Rechtsanwälte)
Andere partij in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
het bestreden arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 8 oktober 2008 in zaak T-51/07, Agrar-Invest-Tatschl GmbH/Commissie, vernietigen;
—
overeenkomstig de eerste conclusie van het verzoekschrift van 22 februari 2007 in de procedure voor het Gerecht van eerste aanleg, zaak T-51/07, artikel 1, leden 2 en 3, van beschikking C(2006) 5789 def. (REC 05/05) van de Commissie van 4 december 2006 nietig verklaren.
Middelen en voornaamste argumenten
De hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg waarbij het beroep van rekwirante tegen beschikking C(2006) 5789 van de Commissie van 4 december 2006 inzake de boeking achteraf van de door rekwirante verschuldigde invoerrechten voor de invoer van suiker uit Kroatië werd verworpen.
Het Gerecht motiveerde de verwerping van het beroep van rekwirante met gebrek aan goede trouw, een van de vier cumulatieve voorwaarden waaronder niet tot boeking achteraf van invoerrechten wordt overgegaan. Volgens het Gerecht kan de belastingplichtige krachtens artikel 220, lid 2, sub b-5, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (hierna: „douanewetboek”) geen goede trouw inroepen wanneer de Commissie, zoals in casu, een bericht aan de importeurs in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen heeft bekendgemaakt, volgens hetwelk er gegronde twijfel bestaat ten aanzien van de juiste toepassing van de preferentiële regeling door het begunstigde land. Irrelevant is ook dat rekwirante gelet op de bevestiging achteraf van de authenticiteit en de juistheid van de certificaten inzake goederenverkeer te goeder trouw zou zijn geweest, daar rekwirante bij de invoer hoe dan ook niet te goeder trouw heeft gehandeld.
Rekwirante baseert haar hogere voorziening op onjuiste uitlegging van artikel 220, lid 2, sub b-5, van het douanewetboek door het Gerecht. Bij de uitlegging geeft het Gerecht blijk van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de mededeling van de Commissie in het Publicatieblad, dat twijfel bestaat ten aanzien van de juiste toepassing van de preferentiële regeling door het begunstigde land, ook leidt tot uitsluiting van goede trouw wanneer, zoals in casu, de betrokken preferentiële certificaten na de bekendmaking van de waarschuwing aan een procedure van controle achteraf zijn onderworpen waarbij de authenticiteit en de juistheid van de preferentiële certificaten werd bevestigd.
Het Gerecht gaat eraan voorbij dat de in artikel 220, lid 2, sub b-5, van het douanewetboek vastgestelde werking van een waarschuwing wordt beperkt door het beginsel van de erkenning van de beslissingen van de douaneautoriteiten van een derde land in het kader van een systeem van administratieve samenwerking. De hier aan de orde zijnde bepaling van het douanewetboek schept een wettelijke fictie van kwade trouw die weerlegbaar is, met name zoals in casu door een procedure van controle achteraf. De goede trouw van rekwirante is aldus door de bevestiging achteraf van de authenticiteit en de juistheid van de certificaten inzake goederenverkeer hersteld, d.w.z. dat zij ervan mocht uitgaan dat de gegronde twijfel, op basis waarvan de waarschuwing van de Commissie was bekendgemaakt, in het kader van de procedure van controle achteraf werd opgeheven. De goede trouw van rekwirante vloeit dus niet voort uit de regelmatige afgifte van de betrokken certificaten inzake goederenverkeer door de Kroatische douaneautoriteiten, maar uit de regelmatige controle achteraf van deze certificaten door de douaneautoriteiten op grond van de via het bericht van de Commissie bekendgemaakte twijfel inzake de regelmatige afgifte ervan.
Full & Egal Universal Law Academy