7.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Beroep te Luik (België) op 29 december 2008 — Real Madrid Football Club, Zinedine Zidane, David Beckham, Raul Gonzalez Blanco, Ronaldo Luiz Nazario de Lima, Luis Filipe Madeira Caeiro, Futebol Club Do Porto S.A.D., Victor Baia, Ricardo Costa, Diego Ribas Da Cunha, P.S.V. N.V., Imari BV, Juventus Football Club SPA/Sporting Exchange Ltd, William Hill Credit Limited, Victor Chandler (International) Ltd, BWIN International Ltd (Betandwin), Ladbrokes Betting and Gaming Ltd, Ladbroke Belgium S.A., Internet Opportunity Entertainment Ltd, Global Entertainment Ltd (Unibet)
(Zaak C-584/08)
(2009/C 55/29)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
het Hof van Beroep te Luik
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Real Madrid Football Club, Zinedine Zidane, David Beckham, Raul Gonzalez Blanco, Ronaldo Luiz Nazario de Lima, Luis Filipe Madeira Caeiro, Futebol Club Do Porto S.A.D., Victor Baia, Ricardo Costa, Diego Ribas Da Cunha, P.S.V. N.V., Imari BV, Juventus Football Club SPA
Verwerende partijen: Sporting Exchange Ltd, William Hill Credit Limited, Victor Chandler (International) Ltd, BWIN International Ltd (Betandwin), Ladbrokes Betting and Gaming Ltd, Ladbroke Belgium S.A., Internet Opportunity Entertainment Ltd, Global Entertainment Ltd (Unibet)
Prejudiciële vragen
De vragen betreffen de uitlegging die specifiek op het gebied van het internet moet worden gegeven aan artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (1).
Wanneer, zoals in casu, de gestelde schade wordt veroorzaakt door websites en
a)
geen van de opgeroepen vennootschappen die de litigieuze sites beheren, in België is gevestigd,
b)
geen van de betrokken sites vanuit België wordt doorgegeven,
c)
geen van de eisende partijen woonplaats in België heeft,
d)
de sites met weddenschappen toegankelijk zijn voor Belgische internetgebruikers die aldaar hun weddenschappen kunnen laten registreren, in dezelfde mate als waarin zij toegankelijk zijn voor internetgebruikers uit de andere verdragsluitende staten, aangezien het gaat om sites „.com”, die hun markt tot heel Europa uitbreiden en niet de voor België specifieke extensie „.be” hebben,
e)
deze sites in verschillende talen beschikbaar zijn, zonder dat de twee in België meest gebruikte talen systematisch deel daarvan uitmaken,
f)
deze sites met name weddenschappen op Belgische wedstrijden aanbieden, op dezelfde wijze als waarop zij die op buitenlandse kampioenschappen aanbieden,
g)
het gebruik van een bijzondere technologie of op het Belgische publiek gerichte colportagetechniek niet is aangetoond,
h)
het aantal door het Belgische publiek afgesloten weddenschappen volstrekt marginaal is in vergelijking met het totale aantal door die sites geregistreerde weddenschappen, omdat volgens de door de wedkantoren voor het jaar 2005 verstrekte en door de wederpartijen niet betwiste gegevens het totale aantal Belgische weddenschappen op voetbalwedstrijden minder dan 0,25 % uitmaakt van de op de sites „”, „”, „”, „”, „sportingbet” en „miapuesta” geregistreerde weddenschappen, terwijl „” melding maakt van 40 Belgische wedders voor alle weddenschappen zonder onderscheid,
1.
moet dan de gestelde schade worden geacht zich in België te hebben voorgedaan of te kunnen voordoen, zodat de Belgische gerechten bevoegd zijn om kennis te nemen van de in verband met deze schade ingestelde vorderingen, doordat de litigieuze websites zich onder meer op het Belgische publiek richten?
2.
of moet dan worden aangenomen dat de gestelde schade zich niet in België heeft voorgedaan dan wel niet in België kan voordoen, zodat de Belgische gerechten enkel bevoegd zijn om kennis te nemen van de in verband met deze schade ingestelde vorderingen wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van een toereikend, substantieel of significant verband tussen de aangevoerde onrechtmatige daad en het Belgische grondgebied?
3.
Wat zijn in laatstbedoeld geval de relevante criteria die in aanmerking moeten worden genomen om te beoordelen of er sprake is van een dergelijk verband?
(1) PB 2001, L 12, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy