Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 9 december 2008 – Enercon / BHIM
(Zaak C‑20/08 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Driedimensionaal merk bestaande uit vorm van waar – Verordening (EG) nr. 40/94 – Artikel 7, lid 1 – Onderscheidend vermogen van merk – Hogere voorziening ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond”
1. Gemeenschapsmerk – Procedurevoorschriften – Motivering van beslissingen (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 73, eerste zin) (cf. punten 28‑29)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van voor Gerecht aangedragen feiten – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 52‑54)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 15 november 2007, Enercon / BHIM (T‑71/06), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep tot vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het BHIM van 30 november 2005 houdende verwerping van het beroep tegen de weigering van de onderzoeker om de vorm van de bekleding van de gondel van een windenergieconvertor als driedimensionaal gemeenschapsmerk in te schrijven voor waren van klasse 7 – Onderscheidend vermogen van een driedimensionaal merk bestaande uit de vorm van de waar
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Enercon GmbH wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy