Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 12 februari 2009 – Bild digital en ZVS Zeitungsvertrieb Stuttgart / Präsident des Deutschen Patent- und Markenamt
(Gevoegde zaken C‑39/08 en C‑43/08)
„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Richtlijn 89/104/EEG – Aanvragen tot inschrijving van merk – Onderzoek van geval tot geval – Eerdere beslissingen niet in aanmerking genomen – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Weigering van inschrijving of nietigheid – Eerdere inschrijving van merk in bepaalde lidstaten – Invloed (Richtlijn 89/104 van de Raad, art. 3, lid 1, sub b en sub c) (cf. punt 19)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Bundespatentgericht (Duitsland) – Uitlegging van artikel 3 van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 40, blz. 1) – Onderzoek van merkaanvragen geval per geval en los van eerdere beslissingen in soortgelijke gevallen – Weigering van inschrijving van een merk van een aanvrager die houder van een reeks soortgelijke merken is
Dictum
De bevoegde autoriteit van een lidstaat die zich dient uit te spreken over een aanvraag tot inschrijving van een merk, is niet verplicht de weigeringsgronden van artikel 3, lid 1, sub b en c, van richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, zoals gewijzigd bij beschikking 92/10/EEG van de Raad van 19 december 1991, buiten beschouwing te laten en deze aanvraag in te willigen op grond dat het teken waarvan de inschrijving als merk wordt aangevraagd, op dezelfde of vergelijkbare wijze is samengesteld als een teken waarvoor zij de merkaanvraag reeds heeft ingewilligd en dat betrekking heeft op dezelfde of soortgelijke waren of diensten.
Full & Egal Universal Law Academy