Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 17 maart 2009 – Ayyanarsamy / Commissie en Duitsland
(Zaak C‑251/08 P)
„Hogere voorziening die kennelijk niet-ontvankelijk en ongegrond is – Gestelde schending van verzoekers grondrechten door nationale autoriteiten – Beroep tot nietigverklaring van brief waarbij Commissie zich onbevoegd verklaart om te interveniëren voor nationale rechterlijke instanties – Begrip ‚handeling waartegen kan worden opgekomen’ in zin van artikel 230 EG”
1. Hogere voorziening – Middelen – Middel dat onvoldoende nauwkeurig is – Niet-ontvankelijkheid (Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1) (cf. punten 10‑12)
2. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren (Art. 230 EG) (cf. punten 14‑19)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 1 april 2008, Ayyanarsamy / Commissie en Duitsland (T‑412/07), waarbij het Gerecht ten dele wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en ten dele wegens kennelijke onbevoegdheid heeft verworpen het beroep strekkende tot, enerzijds, nietigverklaring van de brief van 18 september 2007 waarbij de Commissie verzoeker heeft laten weten dat zij niet ten zijnen gunste kan interveniëren voor de Duitse rechterlijke instanties, en anderzijds, vergoeding van de schade die verzoeker door de handelwijze van de Duitse autoriteiten zou hebben geleden – Schending van de rechten die voor particulieren voortvloeien uit de artikelen 230 EG en 232 EG – Begrip handeling waartegen kan worden opgekomen in de zin van artikel 230 EG
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen ten dele wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en ten dele wegens kennelijke ongegrondheid.
2)
A. Ayyanarsamy zal zijn eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy