Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 9 juli 2009 – Wierer / Land Baden-Württemberg
(Zaak C‑445/08)
„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Rijbewijs – Richtlijn 91/439/EEG – Intrekking van nationaal rijbewijs wegens rijden in dronken toestand – Niet-overlegging van medisch-psychologisch deskundigenrapport dat nodig is ter verkrijging van nieuw rijbewijs in gastlidstaat – Rijbewijs afgegeven in andere lidstaat – Onderzoek van verblijfsvoorwaarde door gastlidstaat – Mogelijkheid om zich te baseren op inlichtingen die houder van rijbewijs heeft verstrekt in kader van krachtens nationaal recht van gastlidstaat op hem rustende medewerkingsplicht – Mogelijkheid om onderzoek in te stellen in afgiftelidstaat”
Vervoer – Wegvervoer – Rijbewijs – Richtlijn 91/439 (Richtlijn 91/439 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003, art. 1, lid 2, 7, lid 1, en 8, lid 2 en 4) (cf. punten 59‑63 en dictum)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg – Uitlegging van artikel 9 van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1) – Weigering van erkenning van een in een andere lidstaat in strijd met de verblijfsvoorwaarde afgegeven rijbewijs – Mogelijkheid voor de gastlidstaat om zich bij het onderzoek of ten tijde van de afgifte van het rijbewijs aan de verblijfsvoorwaarde was voldaan, te baseren op de inlichtingen die de houder tijdens de administratieve procedure en de procedure in rechte in het kader van de op hem rustende medewerkingsplicht zelf heeft verstrekt, dan wel, in voorkomend geval, om onderzoek in te stellen in de afgiftelidstaat – Houder wiens nationale rijbewijs is ingetrokken wegens rijden in dronken toestand en die het medisch-psychologisch deskundigenrapport dat nodig is ter verkrijging van een nieuw rijbewijs in zijn verblijflidstaat, niet heeft kunnen overleggen
Dictum
De artikelen 1, lid 2, 7, lid 1, en 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een lidstaat weigert op zijn grondgebied de rijbevoegdheid te erkennen die voortvloeit uit een rijbewijs dat een andere lidstaat later heeft afgegeven aan iemand wiens eerdere rijbewijs voordien in de gastlidstaat was ingetrokken wegens rijden in dronken toestand, terwijl dat tweede rijbewijs is verkregen buiten de periode van verbod om een nieuw rijbewijs aan te vragen, indien:
– op basis van de inlichtingen die de houder van dit rijbewijs tijdens de administratieve procedure of de procedure in rechte in het kader van de krachtens het nationale recht van de gastlidstaat op hem rustende medewerkingsplicht heeft verstrekt, blijkt dat de lidstaat die dit rijbewijs heeft afgegeven, de verblijfsvoorwaarde niet in acht heeft genomen,
of
– de inlichtingen die bij onderzoek door de nationale autoriteiten en de rechterlijke instanties van de gastlidstaat in de afgiftelidstaat zijn verkregen, geen van deze laatste staat afkomstige onbetwistbare inlichtingen blijken te zijn waaruit blijkt dat de houder bij de afgifte van een rijbewijs door deze staat zijn normale verblijfplaats niet op het grondgebied van deze staat had.
Full & Egal Universal Law Academy