Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 4 december 2009 – Rath/BHIM
(Gevoegde zaken C‑488/08 P en C‑489/08 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Verordening (EG) nr. 40/94 – Artikel 8, lid 1, sub b – Woordmerken Epican en Epican Forte – Oppositie door houder van gemeenschapswoordmerk EPIGRAN – Verwarringsgevaar – Gedeeltelijke weigering van inschrijving – Hogere voorzieningen kennelijk niet-ontvankelijk”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 37‑38)
2. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Niet-ontvankelijkheid – Afwijzing (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punt 44)
Voorwerp
Hogere voorzieningen tegen de beschikkingen van het Gerecht van eerste aanleg (Zevende kamer) van 8 september 2008, Rath / BHIM en Grandel (T‑373/06) en Rath / BHIM en Grandel (T‑374/06), waarbij het Gerecht kennelijk rechtens ongegrond heeft verklaard de beroepen tot vernietiging van de beslissingen van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 5 oktober 2006 houdende gedeeltelijke verwerping van de beroepen tegen de beslissingen van de oppositieafdeling om de oppositie van de houder van het oudere gemeenschapswoordmerk „EPIGRAN” toe te wijzen en inschrijving van de woordmerken „EPICAN” en „EPICAN FORTE” voor waren en diensten van klasse 5 te weigeren – Gevaar voor verwarring van twee merken
Dictum
1)
De hogere voorzieningen worden afgewezen.
2)
M. Rath wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy