Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 9 december 2009 – Prana Haus/BHIM
(Zaak C‑494/08 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Gemeenschapsmerk – Woordmerk PRANAHAUS – Verordening (EG) nr. 40/94 – Absolute weigeringsgrond – Beschrijvend karakter – Hogere voorziening ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond”
1. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar of dienst (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c) (cf. punten 29‑31)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 36)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Achtste kamer) van 17 september 2008, Prana Haus GmbH / BHIM (T‑226/07), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep tot vernietiging van de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 18 april 2007 houdende verwerping van het beroep tegen de weigering van de onderzoeker om het woordmerk „PRANAHAUS” in te schrijven voor waren en diensten van de klassen 9, 16 en 35 – Beschrijvend karakter van het merk
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Prana Haus GmbH wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy