BESCHIKKING VAN HET HOF (Zevende kamer)
9 december 2009
Zaak C‑513/08 P
Luigi Marcuccio
tegen
Europese Commissie
„Hogere voorziening – Ambtenaren – Sociale zekerheid – Uitdrukkelijke afwijzing van verzoek om 100 % vergoeding van bepaalde ziektekosten die ambtenaar heeft gemaakt – Hogere voorziening deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond”
Betreft: Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 9 september 2008, Marcuccio/Commissie (T‑143/08), waarbij het Gerecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, het verzoek om nietigverklaring van de besluiten van het afwikkelingsbureau van het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering van de Europese Gemeenschappen houdende weigering om, enerzijds, rekwirant 100 % vergoeding van bepaalde ziektekosten te geven en, anderzijds, de kosten van een medisch onderzoek te vergoeden overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op onderzoeken door prominente figuren uit de medische wereld, alsmede een verzoek om veroordeling van de Commissie tot betaling van bepaalde bedragen aan ziektekosten.
Beslissing: De hogere voorziening wordt afgewezen. Marcuccio wordt verwezen in de kosten van de hogere voorziening.
Samenvatting
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van voor Gerecht aangedragen feiten – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting
(Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58)
2. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid
(Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c)
Full & Egal Universal Law Academy