14.4.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 109/9
Arrest van het Gerecht van 28 februari 2012 — Land Burgenland en Oostenrijk/Commissie
(Gevoegde zaken T-268/08 en T-281/08) (1)
(Staatssteun - Door Oostenrijkse autoriteiten in kader van privatisering van Bank Burgenland aan verzekeringsgroep Grazer Wechselseitige (GRAWE) verleende steun - Beschikking waarbij steun onverenigbaar met gemeenschappelijke markt wordt verklaard en terugvordering ervan wordt gelast - Criterium van particuliere investeerder in markteconomie - Toepassing bij optreden van staat als verkoper - Bepaling van marktprijs)
2012/C 109/19
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partijen: Land Burgenland (Oostenrijk) (vertegenwoordigers: U. Soltész en C. Herbst, advocaten) (zaak T-268/08); en Republiek Oostenrijk (vertegenwoordigers: G. Hesse, C. Pesendorfer, E. Riedl, M. Fruhmann en J. Bauer, gemachtigden) (zaak T-281/08)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk V. Kreuschitz, N. Khan, K. Gross en T. Maxian Rusche, vervolgens V. Kreuschitz, N. Khan en T. Maxian Rusche, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek tot nietigverklaring van beschikking 2008/719/EG van de Commissie van 30 april 2008 betreffende staatssteun C 56/06 (ex NN 77/06) van Oostenrijk voor de privatisering van Bank Burgenland (PB L 239, blz. 32)
Dictum
1)
De beroepen worden verworpen.
2)
De Republiek Oostenrijk en de deelstaat Burgenland worden verwezen in de kosten.
(1) PB C 247 van 27.9.2008.
Full & Egal Universal Law Academy