7.6.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/33
Beroep ingesteld op 3 april 2008 — Cavankee Fishing e.a./Commissie
(Zaak T-138/08)
(2008/C 142/61)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Cavankee Fishing Co. Ltd (Lifford, Ierland), Ocean Trawlers Limited (Killybegs, Ierland), Mullglen Limited (Balbriggan, Ierland), Eamon McHugh (Killybegs, Ierland), Joseph Doherty (Burtonport, Ierland), Brendan Gill (Lifford, Ierland), Eileen Oglesby (Burtonport, Ierland), Noel McGing (Killybegs, Ierland), Larry Murphy (Castletownbere, Ierland), Thomas Flaherty (Aran Islands, Ierland), Pauric Conneely (Claregalway, Ierland), Island Trawlers Limited (Killybegs, Ierland), Cathal Boyle (Killybegs, Ierland), Eugene Hannigan (Milford, Ierland), Peter McBride (Downings, Ierland), Hugh McBride (Downings, Ierland), Patrick Fitzpatrick (Aran Islands, Ierland), Patrick O'Malley (Galway, Ierland), Cecil Sharkey (Clogherhead, Ierland) (vertegenwoordigers: A. Collins, SC, N. Travers, barrister, D. Barry, solicitor)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de Commissie te veroordelen tot betaling van de volgende, ter terechtzitting nader te preciseren bedragen (te vermeerderen met interesten), verhoogd met de kosten van leningen, uit hoofde van de door elk van de verzoekers geleden schade:
Pelagic
— Cavankee Fishing Company 2 748 276,00 EUR
— Ocean Trawlers Ltd 6 740 000,00 EUR
— Mullglen Ltd. 2 690 000,00 EUR
— Eamon McHugh 3 036 187,00 EUR
— Joseph Doherty 2 640 408,00 EUR
— Brendan Gill 2 717 665,00 EUR
— Eileen Oglesby 2 994 349,00 EUR
— Noel McGing 2 444 000,00 EUR
— Larry Murphy 4 150 000,00 EUR
— Thomas Flaherty 2 140 000,00 EUR
— Pauric Conneely 1 930 000,00 EUR
Polyvalent
— Island Trawlers Limited 672 000,00 EUR
— Cathal Boyle 651 200,00 EUR
— Eugene Hannigan 125 000,00 EUR
— Peter McBride 106 848,00 EUR
— Hugh McBride 106 848,00 EUR
— Partick Fitzpatrick 177 573,00 EUR
— Patrick O'Malley
(a) „Capal Ban” 205 698,00 EUR
(b) „Capal Or” 496 800,00 EUR
— Cecil Sharkey 205 697,88 EUR
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
In de onderhavige zaak stellen verzoekers beroep wegens niet-contractuele aansprakelijkheid in ter zake van de verliezen die zij beweerdelijk hebben geleden door beschikking 2003/245/EG van de Commissie van 4 april 2003 betreffende de door de lidstaten ingediende aanvragen (1), voor zover daarbij de aanvraag van Ierland voor de vaartuigen van verzoekers is afgewezen. Deze beschikking is door het Gerecht gedeeltelijk nietig verklaard bij arrest van 13 juni 2006 (2).
Ter onderbouwing van hun vorderingen betogen verzoekers dat de Commissie door de vaststelling van de nietig verklaarde beschikking een aantal hogere rechtsregels heeft geschonden die ertoe strekken rechten aan particulieren toe te kennen, door de grenzen van de beoordelingsvrijheid die artikel 4, lid 2, van beschikking 97/413/EG (3) haar verleent, kennelijk zwaar te hebben overschreden, zoals het Gerecht heeft geoordeeld in zijn arrest in de gevoegde zaken T-218/03 tot en met T-240/03. Verzoekers voeren aan dat de Commissie tevens inbreuk heeft gemaakt op het beginsel van gelijke behandeling, het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van goed bestuur, het beginsel van vrije beroepsuitoefening en het evenredigheidsbeginsel. Zij stellen dat in die omstandigheden de enkele inbreuk op het gemeenschapsrecht een genoegzame schending van het recht oplevert.
Voorts voeren verzoekers aan dat zij aanzienlijke verliezen en schade hebben geleden, en nog steeds lijden, als rechtstreeks gevolg van de vaststelling van de nietig verklaarde beschikking door de Commissie, aangezien zij tonnage op de markt hebben moeten kopen ter vervanging van de aangevraagde, maar niet toegekende veiligheidstonnage, en sommigen van hen ook verliezen hebben geleden door de vermindering van het aantal dagen op zee. Derhalve stellen verzoekers dat hun schade reëel en zeker is.
Ten bewijze van het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de betrokken handeling en de geleden schade verklaren verzoekers dat, zo de Commissie niet onrechtmatig had gehandeld door de door hen ingediende aanvragen voor veiligheidstonnage niet behoorlijk te onderzoeken, geen van hen extra tonnage zou hebben moeten kopen.
(1) Beschikking C(2003) 1113 def. inzake de door de Commissie ontvangen aanvragen tot verhoging van MOP IV-doelstellingen in verband met maatregelen ter verbetering van de veiligheid, de navigatie op zee, de hygiëne, de productkwaliteit en de arbeidsomstandigheden voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 12 m (PB L 90, blz. 48).
(2) Boyle/Commissie, gevoegde zaken T-218/03 tot en met T-240/03, Jurispr. blz. II-1699.
(3) Beschikking van de Raad van 26 juni 1997 inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2001 van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan (PB L 175, blz. 27).
Full & Egal Universal Law Academy