19.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 183/24
Beroep ingesteld op 13 mei 2008 — DEI/Commissie
(Zaak T-169/08)
(2008/C 183/47)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Dimosia Epicheirisi Ilektrismou AE (Athene, Griekenland) (vertegenwoordiger: P. Anestis, advocaat)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Conclusies
—
de bestreden beschikking nietig te verklaren;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vordert verzoekster nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 5 maart 2008, C(2008) 824 def., betreffende de toekenning of de instandhouding door de Helleense Republiek van rechten voor de lignietwinning ten gunste van de Dimosia Epicheirisi Ilektrismou.
Verzoekster voert de navolgende nietigheidsgronden aan.
Verzoekster betoogt in de eerste plaats dat verweerster een rechtsdwaling heeft begaan bij de toepassing van artikel 86, lid 1, EG juncto artikel 82 EG, en een duidelijke beoordelingsfout heeft gemaakt.
In concreto heeft verweerster in de eerste plaats gedwaald bij de bepaling van de betrokken markten; in de tweede plaats bij de toepassing van de theorie van de uitbreiding van de machtspositie, aangezien zij niet in aanmerking heeft genomen dat, ook in het geval van overheidsbedrijven, de uitbreiding moet berusten op staatsmaatregelen die bijzondere of uitsluitende rechten verlenen; in de derde plaats omdat de Griekse wetgeving op grond waarvan verzoekster exploitatierechten voor ligniet heeft verkregen, niet tot ongelijkheid van kansen ten nadele van de concurrenten leidt; in de vierde plaats omdat de voormelde wetgeving niet leidt tot de handhaving of versterking van de machtspositie van verzoekster op de groothandelsmarkt voor elektriciteit, en in de vijfde plaats heeft zij een kennelijke beoordelingsfout gemaakt omdat zij geen rekening heeft gehouden met de recente ontwikkelingen op de Griekse markt voor elektrische energie, voor zover zij van belang waren om te bewijzen dat er geen inbreuk is.
Op basis van de tweede nietigheidsgrond betoogt verzoekster, dat verweerster bij het geven van de bestreden beschikking de motiveringsvoorschriften van artikel 253 EG niet in acht heeft genomen.
Op basis van de derde nietigheidsgrond voert verzoekster aan, dat de bestreden beschikking in strijd is met de algemene beginselen van rechtszekerheid, gewettigd vertrouwen en bescherming van de eigendom. Bovendien staat het volgens verzoekster aan het Hof, te oordelen in hoeverre verweerster haar bevoegdheid heeft misbruikt.
Ten slotte betoogt verzoekster, op basis van de vierde nietigheidsgrond, dat verweerster het evenredigheidsbeginsel niet in acht heeft genomen, wat de door de bestreden beschikking voorgestelde corrigerende maatregelen betreft.
Full & Egal Universal Law Academy