22.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/60
Beroep ingesteld op 10 oktober 2008 — Intel/Commissie
(Zaak T-457/08)
(2008/C 301/99)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Intel Corp. (Wilmington, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: N. Green QC en K. Bacon, barrister)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de beschikkingen nietig verklaren;
—
de termijn voor Intel voor indiening van haar antwoord op de aanvullende mededeling van punten van bezwaar verlengen tot een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum waarop Intel toegang krijgt tot de relevante stukken van de klager;
—
de Commissie verwijzen in de kosten van Intel.
Middelen en voornaamste argumenten
Met dit beroep vraagt verzoekster om nietigverklaring op grond van artikel 230 EG van de beschikking van de raadadviseur-auditeur van 15 september 2008 die krachtens artikel 10 van besluit 2001/462/EG (1) van de Commissie is genomen in zaak COMP/C.3/37.990 — Intel, inzake een procedure op grond van artikel 82 van het EG-Verdrag, evenals van een beschikking van het lid van de Commissie die is gegeven op of omstreeks 6 oktober 2008. De bestreden beschikkingen betreffen de weigering van de Commissie om bepaalde bewijsstukken, in het bijzonder van de klager in de zaak, over te leggen die volgens verzoekster rechtstreeks relevant zijn voor de beweringen van de Commissie in de aanvullende mededeling van punten van bezwaar. De raadadviseur-auditeur heeft de stelling van Intel dat zij niet naar behoren op de aanvullende mededeling van punten van bezwaar kan antwoorden zonder dat haar die stukken worden verstrekt, ook afgewezen en heeft geweigerd om de termijn waarbinnen Intel haar antwoord op de aanvullende mededeling van punten van bezwaar moet indienen, verder te verlengen.
Verzoekster voert twee middelen aan ter ondersteuning van haar vorderingen.
Ten eerste stelt verzoekster dat de beschikkingen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting, en volgens haar kan de termijn voor haar antwoord op de aanvullende mededeling van punten van bezwaar pas ingaan wanneer het dossier inhoudelijk compleet is; anders zou de onderneming niet in staat zijn om haar recht van verweer op doeltreffende wijze uit te oefenen.
Ten tweede betoogt verzoekster dat de bestreden beschikkingen duidelijk onwettig zijn, omdat zij de Commissie in staat stellen een onderzoek voort te zetten dat discriminerend en partijdig is en dat verzoekster belet om haar recht van verweer uit te oefenen. Volgens verzoekster vormt dit een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, dat vereist dat de Commissie haar beschikking vaststelt op basis van alle beschikbare gegevens, feitelijk en rechtens, die invloed kunnen hebben op de uitkomst.
(1) Besluit van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 162, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy