21.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/52
Beroep ingesteld op 1 december 2008 — Poste Italiane/Commissie
(Zaak T-525/08)
(2009/C 44/92)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Poste Italiane SpA (Rome, Italië) (vertegenwoordigers: A. Fratini, A. Sandulli en F. Filpo, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
toewijzing van het beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 16 juli 2008 betreffende steunmaatregel C42/2006 die Italië heeft toegepast ter vergoeding van de door Poste Italiane bij de Italiaanse Schatkist gedeponeerde tegoeden op lopende rekeningen;
—
veroordeling van de Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen de beschikking van de Commissie van 16 juli 2008 betreffende steunmaatregel C42/2006 die Italië heeft toegepast ter vergoeding van de door Poste Italiane bij de Italiaanse Schatkist gedeponeerde tegoeden op lopende rekeningen. Bij die beschikking is de door Italië in strijd met artikel 88, lid 3, van het Verdrag ten uitvoer gelegde staatssteunregeling betreffende de vergoeding voor door Poste Italiane bij de Italiaanse Schatkist gedeponeerde tegoeden op lopende rekeningen onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaard, en is terugvordering van de verleende steun gelast. Die steunregeling was ingevoerd bij wet nr. 266 van 23 december 2005 en bij de overeenkomst tussen het Ministerie van Economische Zaken en Financiën en Poste Italiane van 23 februari 2006.
Ter ondersteuning van haar vorderingen stelt de verzoekende partij:
—
Schending van de artikelen 253 en 87, lid 1, EG wegens onjuiste opvatting van de feiten en kennelijke beoordelingfouten met betrekking tot de toepassing door de Commissie van het criterium van de zorgvuldige leningnemer voor de berekening van de rente die een particuliere leningnemer zou hebben betaald.
—
Schending van artikel 87, lid 1, EG wegens kennelijke fouten bij de beoordeling van de alternatieve investeringen. In dit verband dient erop te worden gewezen dat de Italiaanse autoriteiten in de loop van de administratieve procedure hebben aangetoond dat de in de overeenkomst bepaalde parameter, die verbindend is voor het beheer van het door de post aangetrokken geld, Poste Italiane benadeelt ten opzichte van de opbrengst die een actief beheer zou kunnen opleveren, en derhalve geen „voordeel” in de zin van artikel 87 van het Verdrag vormt.
De verzoekende partij wijst dienaangaande ook op de relevantie van het RBS-onderzoek en van de adviezen van financiële tussenpersonen en op een vergelijking met het beheer van geld volgens het tradingsysteem, met het beheer van het geld van de verzekeringspolissen van Poste Vita, met het beheer van het geld van Efiposte, een door La Poste gecontroleerde Franse vennootschap, en met de opbrengst van Schatkisttegoeden.
—
Schending van de artikelen 253 en 87, lid 1, van het Verdrag wegens ontoereikende motivering en kennelijke beoordelingsfouten, schending van artikel 12 van het Verdrag wegens discriminatie, en schending van het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel met betrekking tot het ontbreken van een onderzoek van het element „voordeel” en van de distorsie van de mededinging in de context van de op Poste Italiane rustende last van de universele dienst.
—
Schending van het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel bij het gelasten dat de gestelde steun van de begunstigde wordt teruggevorderd.
Full & Egal Universal Law Academy