21.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/55
Beroep ingesteld op 5 december 2008 — Etimine en Etiproducts/Commissie
(Zaak T-539/08)
(2009/C 44/97)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Etimine SA (Bettembourg, Luxemburg) en Ab Etiproducts Oy (Espoo, Finland) (vertegenwoordigers: C. Mereu en K. Van Maldegem, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
de bestreden handeling gedeeltelijk nietig verklaren door volgende punten van bijlage 1G bij de bestreden handeling met betrekking tot de volgende stoffen nietig te verklaren:
—
boorzuur; boorzuur, ruw, natuurlijk,
—
diboortrioxide; booroxide,
—
dinatriumtetraboraat, watervrij; boorzuur, dinatriumzout; tetraboordinatriumheptaoxide, hydraat; orthoboorzuur, natriumzout,
—
dinatriumtetraboraatdecahydraat; boraxdecahydraat,
—
dinatriumtetraboraatpentahydraat; boraxpentahydraat.
—
subsidiair, de bestreden handeling gedeeltelijk nietig verklaren door volgende punten van bijlage 1G bij de bestreden handeling met betrekking tot de volgende stoffen nietig te verklaren:
—
diboortrioxide; booroxide,
—
dinatriumtetraboraat, watervrij; boorzuur, dinatriumzout; tetraboordinatriumheptaoxide, hydraat; orthoboorzuur, natriumzout,
—
dinatriumtetraboraatdecahydraat; boraxdecahydraat,
—
dinatriumtetraboraatpentahydraat; boraxpentahydraat.
—
de Commissie in de kosten verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep eist verzoekster, conform artikel 230 EG, gedeeltelijke nietigverklaring van richtlijn 2008/58/EG van de Commissie van 21 augustus 2008 tot dertigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (1), voor zover deze zekere boraten indeelt als vergiftig voor de voortplanting, zowel met het oog op de vruchtbaarheid als de ontwikkeling.
Verzoekster voert drie middelen aan tot staving van haar verzoek.
Ten eerste betoogt verzoekster dat de Commissie wezenlijke vormvoorschriften heeft geschonden doordat de bestreden handeling in strijd is met de toepasselijke wetgevingsprocedure, en derhalve inbreuk maakt op de artikelen 5 EG en 7 EG, artikel 29 van richtlijn 67/548/EEG van de Raad (2) en artikel 5 van het besluit van de Raad 1999/468/EG (3).
Ten tweede stelt verzoekster dat de Commissie beoordelingsfouten heeft begaan bij de toepassing van de indelingscriteria voor boraathoudende stoffen, en derhalve richtlijn 67/548/EEG van de Raad heeft geschonden. Zij wijst erop dat de Commissie het beginsel van „normaal gebruik” zoals bedoeld in bijlage VI bij richtlijn 67/548/EEG niet of niet goed heeft toegepast, criteria voor de risicobeoordeling ten onrechte heeft toegepast, terwijl deze volgens verzoekster niet relevant zijn in de context van de indeling van stoffen krachtens richtlijn 67/548/EEG, en dat zij in strijd met punt 4.2.3.3. van bijlage VI bij richtlijn 67/548/EEG het op de „geschiktheid” gebaseerde criterium niet of onjuist heeft toegepast. Voorts voert verzoekster aan dat de Commissie niet voldoende belang heeft gehecht aan de door verzoekster overgelegde epidemiologische en menselijke gegevens, en dat de bestreden handeling derhalve gedeeltelijk mank gaat aan een kennelijk onjuiste beoordeling. Verzoekster betoogt dat de Commissie onrechtmatig gegevens heeft geëxtrapoleerd met betrekking tot een van de boraathoudende stoffen, teneinde de andere boraathoudende stoffen in te delen, en dat de bestreden handeling derhalve gedeeltelijk nietig moet worden verklaard, ten minste voor zover deze betrekking heeft op de andere boraathoudende stoffen. Verzoekster voert aan dat de Commissie heeft nagelaten om de genoemde handeling met redenen te omkleden in de zin van artikel 253 EG, aangezien zij geen enkele rechtvaardiging heeft gegeven voor de extrapolatie van de gegevens.
Ten derde betoogt verzoekster dat de Commissie de fundamentele beginselen van het gemeenschapsrecht heeft geschonden, zoals het evenredigheidsbeginsel zoals dit in artikel 5 EG is opgenomen, aangezien de bestreden handeling volgens haar verder gaat dan noodzakelijk is om de doelstellingen van deze handeling te verwezenlijken.
(1) PB L 246, blz. 1.
(2) Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB 196, blz. 1).
(3) Besluit van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB L 184, blz. 23).
Full & Egal Universal Law Academy