21.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/65
Beroep ingesteld op 23 december 2008 — Proges/Commissie
(Zaak T-577/08)
(2009/C 44/110)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Proges srl (Rome, Italië) (vertegenwoordiger: M. Falcetta, advocaat)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
het bestreden besluit en alle daaruit voortvloeiende besluiten, met inbegrip van die welke de betaling van schadevergoeding opleggen, nietig verklaren;
—
de verwerende partij verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen het besluit waarbij de Commissie verzoekster de toewijzing heeft geweigerd van het project van aanbesteding ENV.G.1/SER/2008/0050 voor de ontwikkeling van modellen voor grondgebruik, met bijzondere aandacht voor het milieueffect daarvan.
Ter onderbouwing van haar vorderingen voert verzoekster aan dat:
—
anders dan in het besluit wordt beweerd, verzoeksters project niet uitsluitend op het DPSIR-model is toegespitst, maar dat de aanbesteding hoe dan ook uitdrukkelijk verlangt dat gebruik wordt gemaakt van „sociale, economische en milieugebonden institutionele indicatoren voor de dynamiek op het gebied van grondgebruik”, waarbij het DPSIR-model op internationaal niveau het meest erkende model voor het beheer en het gebruik van dergelijke indicatoren is. Voorts is het DPSIR-model juist door het Europees Milieuagentschap ontwikkeld en correct toegepast. In feite stelt verzoekster het gebruik van een DPSIR-model voor dat volgens een innovatieve methode is geactualiseerd en met succes reeds is toegepast in het kader van verschillende projecten van de Verenigde Naties en de IUCN (International Union for the Conservation of Nature);
—
anders dan in het bestreden besluit wordt uiteengezet, verzoeksters project uitdrukkelijk vermeldt dat een model voor grondgebruik zal worden ontwikkeld dat rekening houdt met de verschillende uit het 6e Kaderprogramma voor onderzoek resulterende modellen;
—
er geen enkele grond is om eraan te twijfelen dat verzoeksters directeur op correcte wijze betrokken was bij de uitvoering van het project;
—
geografische representativiteit in de aanbesteding terecht niet wordt verlangd, aangezien het niet om een project voor inter-Europese ontwikkeling, integratie en/of cohesie gaat. Onder meer valt niet in te zien waarom bij de beoordeling van een vennootschap een hogere waarde wordt toegekend aan ervaring op Europees niveau dan aan de bij de Verenigde Naties en de IUCN opgedane ervaring waarop verzoekster zich beroept.
Full & Egal Universal Law Academy