18.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/9
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 12 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Arbeitsgericht Hamburg — Duitsland) — Gisela Rosenbladt/Oellerking Gebäudereinigungsges.mbH
(Zaak C-45/09) (1)
(Richtlijn 2000/78/EG - Discriminatie op grond van leeftijd - Beëindiging van arbeidsovereenkomst wegens bereiken van pensioenleeftijd)
2010/C 346/14
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Arbeitsgericht Hamburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Gisela Rosenbladt
Verwerende partij: Oellerking Gebäudereinigungsges.mbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Arbeitsgericht Hamburg — Uitlegging van de artikelen 1 en 2, lid 1, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303, blz. 16) — Verbod van discriminatie op grond van leeftijd — Bepaling van een algemeen verbindend verklaarde collectieve overeenkomst die voorziet in de beëindiging van rechtswege van de arbeidsovereenkomst zodra de werknemer de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, ongeacht de economische, sociale en demografische situatie of de concrete situatie op de arbeidsmarkt
Dictum
1)
Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, moet in die zin worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale bepaling als § 10, punt 5, van het Allgemeine Gleichbehandlungsgesetz (algemene wet gelijke behandeling), waarin de geldigheid wordt erkend van clausules op grond waarvan arbeidsovereenkomsten van werknemers automatisch eindigen bij het bereiken van de pensioenleeftijd, voor zover, ten eerste, die bepaling objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitieme doelstelling van werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid, en, ten tweede, de middelen voor het bereiken van deze doelstelling passend en noodzakelijk zijn. Het gebruiken van deze toelating in een collectieve arbeidsovereenkomst is als zodanig niet onttrokken aan elke rechterlijke toetsing: ook daarmee dient overeenkomstig de vereisten van artikel 6, lid 1, van die richtlijn op passende en noodzakelijke wijze een legitieme doelstelling te worden nagestreefd.
2)
Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78 moet in die zin worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een maatregel zoals de clausule in § 19, punt 8, van het Rahmentarifvertrag für die gewerblichen Beschäftigten in der Gebäudereinigung (collectieve arbeidsovereenkomst voor werknemers in de schoonmaakbranche), op grond waarvan arbeidsovereenkomsten van werknemers automatisch eindigen bij het bereiken van de op 65 jaar vastgestelde pensioenleeftijd.
3)
De artikelen 1 en 2 van richtlijn 2000/78 moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich er niet tegen verzetten dat een lidstaat een collectieve arbeidsovereenkomst zoals aan de orde in het hoofdgeding, algemeen verbindend verklaart, voor zover deze de werknemers die binnen de werkingssfeer daarvan vallen, niet de bescherming ontneemt die hun bij deze bepalingen wordt geboden tegen discriminatie op grond van leeftijd.
(1) PB C 102 van 01.05.2009.
Full & Egal Universal Law Academy