23.10.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 288/11
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 2 september 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos Aukščiausiasis Teismas — Republiek Litouwen) — Kirin Amgen, Inc./Lietuvos Respublikos valstybinis patentų biuras
(Zaak C-66/09) (1)
(Octrooirecht - Farmaceutische specialiteiten - Verordening (EEG) nr. 1768/92 - Artikelen 7, 19 en 19 bis, sub e - Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen - Termijn voor indiening van aanvraag voor dergelijk certificaat)
2010/C 288/17
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos Aukščiausiasis Teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Kirin Amgen, Inc.
Verwerende partij: Lietuvos Respublikos valstybinis patentų biuras
in tegenwoordigheid van: Amgen Europe BV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Lietuvos Aukščiausiasis Teismas — Uitlegging van de artikelen 3, sub b, 7, lid 1, 13, lid 1, alsmede de artikelen 19 en 23 van verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad van 18 juni 1992, betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 182, blz. 1) — Vennootschap die houdster is van Europees octrooi en van vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel en die voor dat geneesmiddel een aanvullend beschermingscertificaat heeft aangevraagd — Vaststelling van de aanvangsdatum van de termijn voor indiening van de aanvraag voor het aanvullende certificaat — Datum waarop de vergunning voor het in de handel brengen is verleend dan wel datum van inwerkingtreding van de betrokken verordening voor Litouwen op grond van zijn toetreding tot de Europese Unie
Dictum
De artikelen 7 en 19 bis, sub e, van verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen, zoals gewijzigd bij de akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassingen van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, moeten aldus worden uitgelegd dat zij voor de houder van een van kracht zijnd basisoctrooi voor een product niet de mogelijkheid openlaten om binnen een termijn van zes maanden na de datum van toetreding van de Republiek Litouwen tot Europese Unie van de bevoegde Litouwse instanties de afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat te verlangen wanneer meer dan zes maanden vóór de toetreding voor dit product een vergunning voor het in de handel brengen als geneesmiddel is verkregen overeenkomstig verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling, maar voor dit product in Litouwen geen vergunning voor het in de handel brengen is verkregen.
(1) PB C 90 van 18.04.2009.
Full & Egal Universal Law Academy