15.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 13/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 9 november 2010 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Wiesbaden — Duitsland) — Volker und Markus Schecke GbR (C-92/09), Hartmut Eifert (C-93/09)/Land Hessen
(Gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09) (1)
(Bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens - Bekendmaking van informatie over begunstigden van landbouwsteun - Geldigheid van unierechtelijke bepalingen die in deze bekendmaking voorzien en modaliteiten daarvan regelen - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 7 en 8 - Richtlijn 95/46/EG - Uitlegging van artikelen 18 en 20)
2011/C 13/09
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgericht Wiesbaden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Volker und Markus Schecke GbR (C-92/09), Hartmut Eifert (C-93/09)
Verwerende partij: Land Hessen
In tegenwoordigheid van: Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgericht Wiesbaden — Geldigheid van artikel 42, lid 1, punt 8 bis, en van artikel 44 bis van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209, blz. 1), van verordening (EG) nr. 259/2008 van de Commissie van 18 maart 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de bekendmaking van informatie over de begunstigden van financiële middelen uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PB L 76, blz. 28) en van richtlijn 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken en tot wijziging van richtlijn 2002/58/EG (PB L 105, blz. 54) — Uitlegging van de artikelen 7, 18, lid 2, tweede alinea, en 20 van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31) — Verwerking van de persoonsgegevens van de begunstigden van financiële middelen uit de Europese landbouwfondsen die bestaat in de bekendmaking van deze gegevens op een internetsite die is voorzien van een zoekinstrument — Geldigheid, in het licht van het recht op de bescherming van persoonsgegevens, van de communautaire bepalingen die in deze bekendmaking voorzien en de modaliteiten daarvan regelen — Voorwaarden waarin een dergelijke bekendmaking kan plaatsvinden
Dictum
1)
De artikelen 42, punt 8 ter, en 44 bis van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1437/2007 van de Raad van 26 november 2007, en verordening (EG) nr. 259/2008 van de Commissie van 18 maart 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1290/2005 met betrekking tot de bekendmaking van informatie over de begunstigden van financiële middelen uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), zijn ongeldig voor zover deze bepalingen ten aanzien van natuurlijke personen die steun uit het ELGF en het ELFPO hebben ontvangen voorzien in de verplichte bekendmaking van persoonsgegevens betreffende iedere begunstigde, zonder dat daarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van relevante criteria, zoals de tijdvakken waarin zij dergelijke steun hebben ontvangen, de frequentie, het type en de omvang van die steun.
2)
De ongeldigheid van de in punt 1 van het dictum vermelde unierechtelijke bepalingen maakt het niet mogelijk terug te komen op de gevolgen van de bekendmaking van de lijsten van begunstigden van steun uit het ELGF en het ELFPO waartoe de nationale autoriteiten op basis van die voorschriften tijdens de periode vóór de datum van het onderhavige arrest zijn overgegaan.
3)
Artikel 18, lid 2, tweede streepje, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling de functionaris voor de gegevensbescherming niet verplicht om het in deze bepaling bedoelde register bij te houden voorafgaand aan een verwerking van persoonsgegevens, zoals de verwerking waartoe wordt overgegaan op grond van de artikelen 42, punt 8 ter, en 44 bis van verordening nr. 1290/2005, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1437/2007, alsook van verordening nr. 259/2008.
4)
Artikel 20 van richtlijn 95/46 moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling de lidstaten niet verplicht om de bekendmaking van informatie waartoe wordt overgegaan op grond van de artikelen 42, punt 8 ter, en 44 bis van verordening nr. 1290/2005, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1437/2007, alsook van verordening nr. 259/2008 te onderwerpen aan de in die bepaling bedoelde voorafgaande onderzoeken.
(1) PB C 129 van 06.06.2009.
PB C 119 van 16.05.2009.
Full & Egal Universal Law Academy