18.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/12
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 26 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Unabhängige Finanzsenat, Außenstelle Wien — Oostenrijk) — Ingrid Schmelz/Finanzamt Waldviertel
(Zaak C-97/09) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikelen 24, lid 3, en 28 decies - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 283, lid 1, sub c - Geldigheid - Artikelen 12 EG, 43 EG en 49 EG - Beginsel van gelijke behandeling - Bijzondere regeling voor kleine ondernemingen - Btw-vrijstelling - Weigering van vrijstelling voor in andere lidstaten gevestigde belastingplichtigen - Begrip „jaaromzet”)
2010/C 346/20
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Unabhängiger Finanzsenat, Außenstelle Wien
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ingrid Schmelz
Verwerende partij: Finanzamt Waldviertel
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Unabhängiger Finanzsenat, Außenstelle Wien — Geldigheid van zinsnede in artikel 24, lid 3, en in artikel 28 decies van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1), zoals gewijzigd bij richtlijn 92/111/EEG van de Raad van 14 december 1992 tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG en tot invoering van vereenvoudigingsmaatregelen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 384, blz. 47), alsmede van zinsnede in artikel 283, lid 1, sub c, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Bijzondere regeling voor kleine ondernemingen op gebied van btw, op grond waarvan belastingvrijstelling mogelijk is, behalve voor leveringen van goederen en diensten die worden verricht door niet in binnenland gevestigde belastingplichtige — Weigering van belastingvrijstelling op grond van voornoemde bepalingen voor in andere lidstaat van EU gevestigde belastingplichtige — Verenigbaarheid van die regeling met artikelen 12 EG, 43 EG en 49 EG alsmede met algemene beginselen van gemeenschapsrecht — In geval van ongeldigheid van betrokken zinsneden, uitlegging van begrip „jaaromzet” in artikel 24 van richtlijn 77/388/EEG, begrip „jaarlijkse omzetdrempel” in hoofdstuk IX, Belastingen, punt 2, sub c, van bijlage XV bij Akte betreffende toetredingsvoorwaarden voor Koninkrijk Noorwegen, Republiek Oostenrijk, Republiek Finland en Koninkrijk Zweden en aanpassing van Verdragen waarop Europese Unie is gegrond (PB 1994, C 241, blz. 335), alsmede van begrip „jaarlijkse omzet” in artikel 287 van richtlijn 2006/112/EG
Dictum
1)
Bij het onderzoek van de vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid, gelet op artikel 49 EG, kunnen aantasten van de artikelen 24, lid 3, en 28 decies van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/18/EG van de Raad van 14 februari 2006, alsmede van artikel 283, lid 1, sub c, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.
2)
De artikelen 24 en 24 bis van richtlijn 77/388, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/18, alsmede de artikelen 284 tot en met 287 van richtlijn 2006/112 moeten aldus worden uitgelegd dat het begrip „jaaromzet” respectievelijk „jaarlijkse omzet” doelt op de omzet die een onderneming gedurende een jaar behaalt in de lidstaat waar zij is gevestigd.
(1) PB C 129 van 6.6.2009.
Full & Egal Universal Law Academy