9.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 204/6
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 12 mei 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein-Westfalen — Duitsland) — Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland, Landesverband Nordrhein-Westfalen e.V./Bezirksregierung Arnsberg
(Zaak C-115/09) (1)
(Richtlijn 85/337/EEG - Milieu-effectbeoordeling - Verdrag van Aarhus - Richtlijn 2003/35/EG - Toegang tot de rechter - Niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming)
2011/C 204/10
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein-Westfalen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland, Landesverband Nordrhein-Westfalen e.V.
Verwerende partij: Bezirksregierung Arnsberg
In tegenwoordigheid van: Trianel Kohlekraftwerk Lünen GmbH & Co. KG
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein–Westfalen — Uitlegging van artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40), zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156, blz. 17) — Recht van niet-gouvernementele organisaties om hoger beroep in te stellen tegen goedkeuringsbesluiten voor projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben — Omvang van dit recht — Mogelijkheid om alle bepalende regelingen aan te voeren of enkel rechtstreeks op het gemeenschapsrecht gebaseerde regelingen, daaronder begrepen regelingen die uitsluitend het algemeen belang en geen individuele rechten beschermen — Materiële vereisten in geval van beperking tot op het gemeenschapsrecht gebaseerde regelingen
Dictum
1)
Artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003, verzet zich tegen een regeling die een niet-gouvernementele organisatie die zich voor milieubescherming inzet zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van deze richtlijn, de mogelijkheid ontzegt voor de rechter in het kader van een beroep tegen een beslissing inzake verlening van vergunning voor projecten die „aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben” in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 85/337, de schending aan te voeren van een op het Unierecht gebaseerde regel van milieubescherming, op grond dat deze regel alleen de belangen van het algemene publiek beschermt en niet deze van individuele personen.
2)
Een dergelijke niet-gouvernementele organisatie kan aan artikel 10 bis, derde alinea, laatste zin, van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, het recht ontlenen om voor de rechter in het kader van een beroep tegen een beslissing inzake de verlening van een vergunning voor projecten die „aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben” in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd, de schending aan te voeren van de op grond van artikel 6 van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/105/EG van de Raad van 20 november 2006, vastgestelde voorschriften van nationaal recht, al is dit naar nationaal procesrecht niet mogelijk op grond dat de aangevoerde regels alleen de belangen van het algemene publiek beschermen en niet deze van individuele personen.
(1) PB C 141 van 20.6.2009.
Full & Egal Universal Law Academy