19.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/13
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 29 april 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State) — Smit Reizen BV/Minister van Verkeer en Waterstaat
(Zaak C-124/09) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Verordeningen (EEG) nrs. 3820/85 en 3821/85 - Wegvervoer - Registratieplicht - Rusttijden en andere werktijden - Tijd besteed om te reizen naar plaats waar met controleapparaat uitgerust voertuig wordt overgenomen - Begrip „exploitatiecentrum”)
2010/C 161/19
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Smit Reizen BV
Verwerende partij: Minister van Verkeer en Waterstaat
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State — Uitlegging van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 370, blz. 1), en van artikel 15 van verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB L 370, blz. 8) — Rijtijdonderbrekingen, dagelijkse rusttijden en werktijden — Begrip — Registratieplicht — Tijd die is besteed om zich te begeven naar de plaats buiten het exploitatiecentrum van de onderneming waar het voertuig wordt overgenomen — Exploitatiecentrum — Begrip — Afzetten van de bestuurder door een derde
Dictum
1)
Onder het begrip „exploitatiecentrum” in de punten 21 en volgende van het arrest van 18 januari 2001, Skills Motor Coaches e.a. (C 297/99), moet worden verstaan de plaats waaraan de bestuurder concreet verbonden is, te weten de installatie van de vervoersonderneming van waaruit hij in het kader van de normale verrichting van zijn werkzaamheden en niet op bijzondere instructies van zijn werkgever, regelmatig zijn dienst opneemt en waarnaar hij aan het einde daarvan terugkeert.
2)
Het feit dat de betrokken bestuurder zelf naar de plaats rijdt waar hij een met een controleapparaat uitgerust voertuig moet overnemen of daarentegen naar die plaats wordt gereden, is irrelevant voor de vraag hoe de tijd van het traject moet worden gekwalificeerd gelet op het begrip „rusttijd” in de zin van artikel 1, punt 5, van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer.
(1) PB C 129 van 06.06.2009.
Full & Egal Universal Law Academy