20.11.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 317/9
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 30 september 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Stadt Graz/Strabag AG, Teerag-Asdag AG, Bauunternehmung Granit GesmbH
(Zaak C-314/09) (1)
(Richtlijn 89/665/EEG - Overheidsopdrachten - Beroepsprocedures - Beroep tot schadevergoeding - Onrechtmatige gunning - Nationale aansprakelijkheidsregel gebaseerd op vermoeden van schuld van aanbestedende dienst)
2010/C 317/17
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Stadt Graz
Verwerende partij: Strabag AG, Teerag-Asdag AG, Bauunternehmung Granit GesmbH
In tegenwoordigheid van: Land Steiermark
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberster Gerichtshof — Uitlegging van de artikelen 1, lid 1, en 2, leden 1, sub c, en 7, van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (PB L 395, blz. 33) — Gunning van een overheidsopdracht overeenkomstig een beslissing van de rechter in hoger beroep die verbindend is voor de aanbestedende dienst — Onrechtmatigheid van de gunning van de overheidsopdracht wegens schending van de nationale regelgeving — Voorwaarden voor een beroep tot schadevergoeding — Beginsel van doeltreffendheid
Dictum
Richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale regeling die het recht op schadevergoeding wegens schending door een aanbestedende dienst van het recht inzake overheidsopdrachten doet afhangen van de vraag of deze dienst schuld had aan de schending, ook wanneer de toepassing van die regeling berust op een vermoeden van schuld van deze aanbestedende dienst en op de onmogelijkheid voor deze dienst om zich op het ontbreken van individuele bekwaamheden en daarmee op subjectieve verwijtbaarheid van de gestelde schending te beroepen.
(1) PB C 267 van 7.11.2009.
Full & Egal Universal Law Academy