19.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/6
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 16 december 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — Marc Michel Josemans/Burgemeester van Maastricht
(Zaak C-137/09) (1)
(Vrij verrichten van diensten - Vrij verkeer van goederen - Beginsel van non-discriminatie - Maatregel van plaatselijke overheid waarbij toegang tot coffeeshops wordt voorbehouden aan Nederlandse ingezetenen - Verkoop van zogenoemde softdrugs - Verkoop van alcoholvrije dranken en eetwaren - Doel van bestrijding van drugstoerisme en daarmee gepaard gaande overlast - Openbare orde - Bescherming van volksgezondheid - Coherentie - Evenredigheid)
2011/C 55/09
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Marc Michel Josemans
Verwerende partij: Burgemeester van Maastricht
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State — Uitlegging van de artikelen 12 EG, 18 EG, 29 EG en 49 EG — Drugstoerisme — Algemene plaatselijke verordening houdende een verbod op toegang van niet-ingezetenen tot coffeeshops waarin verdovende middelen worden verkocht — Openbare orde — Verschil in behandeling
Dictum
1)
Een houder van een coffeeshop kan zich in het kader van zijn activiteit van verkoop van verdovende middelen die geen deel uitmaken van het door de bevoegde autoriteiten strikt gecontroleerde circuit ten behoeve van gebruik voor medische en wetenschappelijke doeleinden, niet met een beroep op de artikelen 12 EG, 18 EG, 29 EG of 49 EG verzetten tegen een gemeentelijke regeling als die aan de orde in het hoofdgeding, waarbij wordt verboden, niet in Nederland woonachtige personen tot die inrichtingen toe te laten. Met betrekking tot de activiteit van verkoop van alcoholvrije dranken en eetwaren in dezelfde inrichtingen kan die houder de artikelen 49 EG en volgende wel met succes aanvoeren.
2)
Artikel 49 EG moet aldus worden uitgelegd dat een regeling als die aan de orde in het hoofdgeding is aan te merken als een beperking van het in het EG-Verdrag verankerde vrij verrichten van diensten. Deze beperking wordt evenwel gerechtvaardigd door het doel om het drugstoerisme en de daarmee gepaard gaande overlast tegen te gaan.
(1) PB C 141 van 20.6.2009.
Full & Egal Universal Law Academy