11.9.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 246/6
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 29 juli 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social Único de Algeciras — Spanje) — Federación de Servicios Públicos de la UGT (UGT-FSP)/Ayuntamiento de La Línea de la Concepción, María del Rosario Vecino Uribe, Ministerio Fiscal
(Zaak C-151/09) (1)
(Overgang van ondernemingen - Richtlijn 2001/23/EG - Behoud van rechten van werknemers - Werknemersvertegenwoordigers - Autonomie van overgegane entiteit)
2010/C 246/10
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social Único de Algeciras
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Federación de Servicios Públicos de la UGT (UGT-FSP)
Verwerende partijen: Ayuntamiento de La Línea de la Concepción, María del Rosario Vecino Uribe, Ministerio Fiscal
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Juzgado de lo Social Único de Algeciras — Uitlegging van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen — Verplichting om werknemersvertegenwoordigers van de onderneming of de vestiging die na overgang als eenheid blijft bestaan, in hun positie en functie te handhaven — Begrip „als eenheid”
Dictum
Een overgegane economische entiteit blijft als eenheid bestaan in de zin van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, wanneer de bevoegdheden die de verantwoordelijken van deze entiteit hadden binnen de organisatiestructuren van de overdrager, namelijk de bevoegdheid om op relatief vrije en onafhankelijke manier het werk binnen deze entiteit te organiseren ter voortzetting van haar eigen economische activiteit en meer in het bijzonder de bevoegdheid om bevelen en opdrachten te geven, om de taken te verdelen tussen de ondergeschikten binnen de betrokken entiteit en om te beslissen over de aanwending van de te harer beschikking staande materiële activa, dit alles zonder rechtstreekse tussenkomst van andere organisatiestructuren van de werkgever, in beginsel onveranderd blijven bestaan binnen de organisatiestructuren van de overnemer.
De loutere wijziging van de hoogste hiërarchieke instanties doet op zich overigens geen afbreuk aan het voortbestaan als eenheid van de overgegane entiteit, tenzij de nieuwe hoogste hiërarchieke instanties over de bevoegdheid beschikken om rechtstreeks de werkzaamheden van de werknemers van deze entiteit te organiseren en om zich aldus in de plaats te stellen van de directe chefs van deze werknemers bij het nemen van beslissingen binnen de entiteit.
(1) PB C 167 van 18.7.2009.
Full & Egal Universal Law Academy