4.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 7 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) — Verenigd Koninkrijk) — Secretary of State for Work and Pensions/Taous Lassal
(Zaak C-162/09) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Vrij verkeer van personen - Richtlijn 2004/38/EG - Artikel 16 - Duurzaam verblijfsrecht - Toepassing ratione temporis - Perioden die vóór datum van omzetting in nationaal recht zijn vervuld)
2010/C 328/08
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Secretary of State for Work and Pensions
Verwerende partij: Taous Lassal
in tegenwoordigheid van: The Child Poverty Action Group,
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) — Uitlegging van artikel 16, lid 1, van richtlijn 2004/38 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PB L 158, blz. 77) — Burger van de Unie die gedurende vijf jaar legaal in het Verenigd Koninkrijk heeft verbleven vóór 30 april 2006, de uiterste datum voor de omzetting van de richtlijn in nationaal recht, en vervolgens het land voor 10 maanden heeft verlaten — Inaanmerkingneming van de vóór 30 april 2006 vervulde periode voor de erkenning van een duurzaam verblijfsrecht
Dictum
Artikel 16, leden 1 en 4, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, moet aldus worden uitgelegd dat:
—
perioden van ononderbroken verblijf gedurende vijf jaar die vóór de datum van omzetting van richtlijn 2004/38 in nationaal recht, te weten 30 april 2006, overeenkomstig aan die datum voorafgaande rechtsinstrumenten van de Unie zijn vervuld, in aanmerking moeten worden genomen voor de verkrijging van het recht van duurzaam verblijf op grond van artikel 16, lid 1, van die richtlijn, en
—
afwezigheden uit de gastlidstaat die na een ononderbroken legaal verblijf gedurende vijf jaar maar vóór 30 april 2006 hebben plaatsgevonden en minder dan twee achtereenvolgende jaren hebben geduurd, de verkrijging van het recht van duurzaam verblijf op grond van artikel 16, lid 1, niet kunnen beïnvloeden.
(1) PB C 153 van 4.7.2009.
Full & Egal Universal Law Academy