18.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/14
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 28 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — Volvo Car Germany GmbH/Autohof Weidensdorf GmbH
(Zaak C-203/09) (1)
(Richtlijn 86/653/EEG - Zelfstandige handelsagenten - Beëindiging van agentuurovereenkomst door principaal - Recht van agent op vergoeding)
2010/C 346/22
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Volvo Car Germany GmbH
Verwerende partij: Autohof Weidensdorf GmbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesgerichtshof — Uitlegging van artikel 18, sub a, van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382, blz. 17) — Beëindiging van agentuurovereenkomst door de principaal — Recht van agent op vergoeding — Nationale regeling die dit recht in geval van een tekortkoming van de agent die beëindiging zonder opzeggingstermijn rechtvaardigt, uitsluit, ook indien de tekortkoming zich heeft voorgedaan tussen de opzegging van de agentuurovereenkomst en de afloop ervan en de principaal pas na de afloop van de overeenkomst kennis heeft gekregen van de tekortkoming
Dictum
Artikel 18, sub a, van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten, verzet zich ertegen dat een zelfstandige handelsagent zijn klantenvergoeding verliest wanneer de principaal het bestaan vaststelt van een niet-nakoming van de handelsagent, die heeft plaatsgevonden na de kennisgeving van de opzegging van de overeenkomst met inachtneming van een opzeggingstermijn en vóór het verstrijken hiervan, en die een opzegging van de betrokken overeenkomst zonder opzeggingstermijn had kunnen rechtvaardigen.
(1) PB C 180 van 1.8.2009.
Full & Egal Universal Law Academy