15.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 13/11
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 11 november 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās Tiesas Senāts — Republiek Letland) — Dita Danosa/LKB Līzings SIA
(Zaak C-232/09) (1)
(Sociale politiek - Richtlijn 92/85/EEG - Maatregelen ter bevordering van verbetering van veiligheid en gezondheid op werk van werkneemsters tijdens zwangerschap, na bevalling en tijdens lactatie - Artikelen 2, sub a, en 10 - Begrip „zwangere werkneemster” - Ontslagverbod voor zwangere werkneemster gedurende periode vanaf begin van zwangerschap tot einde van zwangerschapsverlof - Richtlijn 76/207/EEG - Gelijke behandeling mannen en vrouwen - Lid van directiecomité van kapitaalvennootschap - Nationale wettelijke regeling die zonder enige beperking toestaat dergelijk lid te ontslaan)
2011/C 13/17
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Dita Danosa
Verwerende partij: LKB Līzings SIA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Augstākās tiesas Senāts — Uitlegging van artikel 10 van richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) (PB L 348, blz. 1) — Begrip werknemer — Verenigbaarheid met de richtlijn van een nationale wettelijke regeling die zonder enige beperking toestaat een lid van het directiecomité van een kapitaalvennootschap te ontslaan, in het bijzonder rekening houdend met de zwangerschap van dit lid
Dictum
1)
Een lid van een directiecomité van een kapitaalvennootschap, dat hiervoor diensten verricht en hiervan integrerend deel uitmaakt, moet worden geacht de hoedanigheid te hebben van werknemer in de zin van richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG), indien het zijn activiteit gedurende een bepaalde tijd onder het gezag of toezicht van een ander orgaan van deze vennootschap uitoefent en voor die activiteit een vergoeding ontvangt. Het staat aan de verwijzende rechter om aan de hand van de feiten na te gaan of dat in het bij hem aanhangige geding het geval is.
2)
Artikel 10 van richtlijn 92/85/EEG moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die zonder beperking toestaat een lid van een directiecomité van een kapitaalvennootschap af te zetten wanneer de betrokkene de hoedanigheid van „zwangere werkneemster” in de zin van deze richtlijn heeft en het te haren aanzien genomen ontslagbesluit voornamelijk is gebaseerd op haar zwangerschap. Ook al zou het betrokken lid van een directiecomité niet deze hoedanigheid hebben, toch kan het ontslag van een lid van een directiecomité dat taken vervult als omschreven in het hoofdgeding wegens zwangerschap of wegens een voornamelijk op die toestand gebaseerde reden alleen vrouwen treffen, zodat het een directe discriminatie op grond van geslacht vormt die in strijd is met artikel 2, leden 1 en 7, en artikel 3, lid 1, sub c, van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002.
(1) PB C 220 van 12.09.2009.
Full & Egal Universal Law Academy