18.6.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 179/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 12 april 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing van de Cour de cassation — Frankrijk) — DHL Express France SAS, voorheen DHL International SA/Chronopost SA
(Zaak C-235/09) (1)
(Intellectuele eigendom - Gemeenschapsmerk - Verordening (EG) nr. 40/94 - Artikel 98, lid 1 - Door rechtbank voor gemeenschapsmerk opgelegd verbod op inbreukmakende handelingen - Territoriale werking - Dwangmaatregelen vastgesteld samen met dergelijk verbod - Werking op grondgebied van andere lidstaten dan lidstaat van geadieerde rechter)
2011/C 179/02
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: DHL Express France SAS, voorheen DHL International SA
Verwerende partij: Chronopost SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Cour de cassation — Uitlegging van artikel 98 van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk (PB 1994, L 11, blz. 1), junctis de artikelen 1, 14 en 94 van dezelfde verordening — Vordering wegens merkinbreuk — Territoriale werkingssfeer van een door een rechtbank voor het gemeenschapsmerk opgelegd verbod — Mogelijkheid voor een dergelijke rechtbank om aan dat verbod dwangmaatregelen te koppelen die van toepassing zijn op het grondgebied van alle lidstaten waarin het verbod op voortzetting van de inbreukmakende handelingen rechtsgevolgen sorteert
Dictum
1)
Artikel 98, lid 1, van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 3288/94 van de Raad van 22 december 1994, moet aldus worden uitgelegd dat de werking van het verbod op voortzetting van inbreuken of dreigende inbreuken op een gemeenschapsmerk, dat door een krachtens de artikelen 93, leden 1 tot en met 4, en 94, lid 1, van deze verordening bevoegde rechtbank voor het gemeenschapsmerk wordt opgelegd, zich in beginsel uitstrekt tot het gehele grondgebied van de Europese Unie.
2)
Artikel 98, lid 1, tweede volzin, van verordening nr. 40/94, zoals gewijzigd door verordening nr. 3288/94, moet aldus worden uitgelegd dat een dwangmaatregel, zoals een dwangsom, die door een rechtbank voor het gemeenschapsmerk op grond van haar nationale recht wordt vastgesteld met het oog op de naleving van het door haar opgelegde verbod op voortzetting van inbreuken of dreigende inbreuken, rechtsgevolgen sorteert in de andere lidstaten dan de lidstaat van deze rechtbank, tot welke lidstaten de territoriale werking van een dergelijk verbod zich uitstrekt, onder de voorwaarden van hoofdstuk III van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, dat de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen betreft. Wanneer het nationale recht van een van deze andere lidstaten geen dwangmaatregel bevat die soortgelijk is aan de maatregel die door die rechtbank is vastgesteld, moet het door deze maatregel beoogde doel door de bevoegde rechterlijke instantie van deze lidstaat worden nagestreefd door een beroep te doen op de relevante bepalingen van haar nationale recht die de naleving van het oorspronkelijk opgelegde verbod op equivalente wijze waarborgen.
(1) PB C 205 van 29.08.2009.
Full & Egal Universal Law Academy