15.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 13/11
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 18 november 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Baden-Württemberg — Duitsland) — Alketa Xhymshiti/Bundesagentur für Arbeit — Familienkasse Lörrach
(Zaak C-247/09) (1)
(Overeenkomst tussen Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over vrij verkeer van personen - Verordeningen (EEG) nrs. 1408/71 en 574/72 en verordening (EG) nr. 859/2003 - Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Gezinsbijslagen - Staatsburger van derde land die in Zwitserland werkt en met zijn kinderen woont in lidstaat waarvan kinderen nationaliteit bezitten)
2011/C 13/18
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Alketa Xhymshiti
Verwerende partij: Bundesagentur für Arbeit — Familienkasse Lörrach
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Baden-Württemberg — Uitlegging van verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 1408/71 en van verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen (PB L 124, blz. 1), van de artikelen 2, 13 en 76 van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2) alsook van artikel 10, lid 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 74, blz. 1) — Staatsburger van een derde land die in de Zwitserse Bondsstaat werkt en met zijn echtgenote en kinderen woont in een lidstaat waarvan de kinderen de nationaliteit bezitten — Weigering van toekenning van gezinsbijslag door de woonlidstaat — Verenigbaarheid van een dergelijke weigering van gezinsbijslag met bovengenoemde gemeenschapsbepalingen
Dictum
1)
In gevallen waarin een staatsburger van een derde land legaal in een lidstaat van de Europese Unie verblijft en in Zwitserland werkt, is op hem in de woonlidstaat verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 1408/71 en van verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen, niet van toepassing, voor zover deze verordening nr. 859/2003 niet wordt vermeld onder de communautaire besluiten die zijn genoemd in sectie A van bijlage II bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, die op 21 juni 1999 te Luxemburg is ondertekend, welke de partijen bij deze Overeenkomst overeenkomen toe te passen. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de woonlidstaat verplicht is om verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in de bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 gewijzigde en bijgewerkte versie, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1992/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006, en verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening nr. 1408/71, in de bij verordening nr. 118/97 gewijzigde en bijgewerkte versie, op deze werknemer en zijn echtgenote toe te passen.
2)
De artikelen 2, 13 en 76 van verordening nr. 1408/71 en artikel 10, lid 1, sub a, van verordening nr. 574/72 zijn niet relevant ten aanzien van een staatsburger van een derde land die zich in de situatie van verzoekster in het hoofdgeding bevindt, aangezien de situatie van deze laatste onder de wettelijke regeling van de woonlidstaat valt. Het loutere feit dat de kinderen van deze staatsburger Unieburgers zijn, leidt niet ertoe dat de weigering van toekenning van gezinsbijslag in de woonlidstaat onrechtmatig is wanneer, zoals blijkt uit de door de verwijzende rechter gedane vaststellingen, niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een dergelijke toekenning.
(1) PB C 233 van 26.09.2009.
Full & Egal Universal Law Academy