7.5.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/4
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 maart 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — België) — Brussels Hoofdstedelijk Gewest e.a./Vlaams Gewest
(Zaak C-275/09) (1)
(Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Vliegvelden met een startbaan van ten minste 2 100 meter - Begrip „aanleg” - Vernieuwing van exploitatievergunning)
2011/C 139/05
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State van België
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Brussels Hoofdstedelijk Gewest, P. De Donder, F. De Becker, K. Colenbie, Ph. Hutsebaut, B. Kockaert, VZW Boreas, F. Petit, V.S. de Burbure de Wezembeek, L. Van Dessel
Verwerende partij: Vlaams Gewest
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State van België — Uitlegging van punt 7, sub a, van bijlage I bij richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40) — Aanleg van vliegvelden met een start- en landingsbaan van ten minste 2 100 meter — Begrip „aanleg”
Dictum
Artikel 1, lid 2, tweede streepje, van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997, en punt 7 van bijlage I bij deze richtlijn moeten aldus worden uitgelegd dat:
—
de vernieuwing van een vergunning voor de exploitatie van een vliegveld, zonder dat er sprake is van werken of ingrepen die de materiële toestand van de plaats veranderen, niet kan worden aangemerkt als „project” of „aanleg” in de zin van die bepalingen;
—
het aan de verwijzende rechter staat, op grond van de toepasselijke nationale regeling en in voorkomend geval rekening houdend met het cumulatieve effect van verschillende werken of ingrepen die sedert de inwerkingtreding van die richtlijn zijn verricht, te bepalen of deze vergunning past in een uit verschillende fasen bestaande vergunningsprocedure die uiteindelijk gericht is op de uitvoering van activiteiten die een project in de zin van punt 13, eerste streepje, van bijlage II, gelezen in samenhang met punt 7 van bijlage I bij die richtlijn opleveren. Indien in de eerdere fase van de vergunningsprocedure geen beoordeling van de milieueffecten van dergelijke werken of ingrepen heeft plaatsgevonden, staat het aan de verwijzende rechter de nuttige werking van de richtlijn te verzekeren door ervoor te zorgen dat een dergelijke beoordeling tenminste in de fase van de afgifte van de exploitatievergunning wordt uitgevoerd.
(1) PB C 267 van 07.11.2009.
Full & Egal Universal Law Academy