6.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 232/5
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 22 juni 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof ’s-Gravenhage — Nederland) — Staat der Nederlanden/Denkavit Nederland BV e.a.
(Zaak C-346/09) (1)
(Landbouw - Veterinairrechtelijke voorschriften - Richtlijn 90/425/EEG - Tijdelijke nationale regeling die verspreiding van boviene spongiforme encefalopathie beoogt tegen te gaan door verbod op productie en verhandeling van verwerkte dierlijke eiwitten bestemd voor vervoedering aan landbouwhuisdieren - Toepassing van deze regeling vóór inwerkingtreding van beschikking 2000/766/EG waarin dat verbod is opgenomen - Toepassing van deze regeling op twee producten die konden worden vrijgesteld van in die beschikking opgenomen verbod - Verenigbaarheid met richtlijn 90/425/EEG en met beschikkingen 94/381/EG en 2000/766/EG)
2011/C 232/07
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Gerechtshof ’s-Gravenhage
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Staat der Nederlanden
Verwerende partijen: Denkavit Nederland BV, Cehave Landbouwbelang Voeders BV, Arie Blok BV, Internationale Handelsmaatschappij „Demeter” BV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Gerechtshof te ’s-Gravenhage — Uitlegging van richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 224, blz. 29), van beschikking 94/381/EG van de Commissie van 27 juni 1994 betreffende bepaalde beschermende maatregelen ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie en het vervoederen van van zoogdieren afkomstig eiwit (PB L 172, blz. 23), van beschikking 2000/766/EG van de Raad van 4 december 2000 betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën en het vervoederen van dierlijke eiwitten (PB L 306, blz. 32), en van beschikking 2001/9/EG van de Commissie van 29 december 2000 betreffende controlemaatregelen voor de tenuitvoerlegging van beschikking 2000/766/EG van de Raad betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën en het vervoederen van dierlijke eiwitten (PB L 2, blz. 32) — Nationale regeling die productie en verhandeling van verwerkte dierlijke eiwitten bestemd voor vervoedering aan landbouwhuisdieren verbiedt — Datum van inwerkingtreding en overgangsperiode
Dictum
Het Unierecht, en in het bijzonder richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, alsmede de beschikkingen 94/381/EG van de Commissie van 27 juni 1994 betreffende bepaalde beschermende maatregelen ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie en het vervoederen van van zoogdieren afkomstig eiwit, en 2000/766/EG van de Raad van 4 december 2000 betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën en het vervoederen van dierlijke eiwitten, verzet zich niet tegen een nationale regeling waarbij met het oog op de bescherming tegen boviene spongiforme encefalopathie een tijdelijk verbod werd gesteld op de productie en verhandeling van verwerkte dierlijke eiwitten bestemd voor vervoedering aan landbouwhuisdieren, voor zover de situatie van de betrokken lidstaat spoedeisend was, hetgeen er een rechtvaardiging voor vormde dat onmiddellijk dergelijke maatregelen werden getroffen wegens ernstige redenen uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van mens en dier. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of aan die voorwaarde is voldaan en of het evenredigheidsbeginsel in acht is genomen.
(1) PB C 282 van 21.11.2009.
Full & Egal Universal Law Academy