6.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 232/5
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 14 juni 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Bonn — Duitsland) — Pfleiderer AG/Bundeskartellamt
(Zaak C-360/09) (1)
(Mededinging - Administratieve procedure - In kader van nationaal clementieprogramma verstrekte documenten en inlichtingen - Eventuele schadelijke gevolgen van toegang door derden tot dergelijke documenten op werkzaamheid en goede werking van samenwerking tussen autoriteiten van Europees netwerk van mededingingsautoriteiten)
2011/C 232/08
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Amtsgericht Bonn
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pfleiderer AG
Verwerende partij: Bundeskartellamt
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Amtsgericht Bonn — Uitlegging van de kartelrechtelijke bepalingen van het gemeenschapsrecht, inzonderheid de artikelen 11 en 12 van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1, blz. 1) en artikel 10, tweede alinea, EG juncto artikel 3, lid 1, sub g, EG — Documenten en gegevens die overeenkomstig een nationaal clementieprogramma aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten zijn verstrekt door ondernemingen die om clementie verzoeken — Mogelijke nadelige gevolgen van de toegang van derden tot dergelijke documenten voor de doeltreffendheid en de goede werking van de samenwerking tussen de autoriteiten die het Europese concurrentienetwerk vormen
Dictum
De bepalingen van het Unierecht inzake mededingingsregelingen, inzonderheid verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 VWEU en 102 VWEU, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzetten dat personen die als gevolg van een inbreuk op het mededingingsrecht van de Unie schade hebben geleden en schadevergoeding willen verkrijgen, toegang tot documenten over een clementieprocedure betreffende de inbreukmaker verkrijgen. Het staat evenwel aan de rechters van de lidstaten om op basis van hun nationaal recht te bepalen onder welke voorwaarden deze toegang moet worden toegestaan of geweigerd, waarbij zij de door het Unierecht beschermde belangen afwegen.
(1) PB C 297 van 5.12.2009.
Full & Egal Universal Law Academy