2.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 194/4
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 mei 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vilniaus miesto 1 apylinkės teismas — Republiek Litouwen) — Malgožata Runevič-Vardyn, Łukasz Wardyn/Vilniaus miesto savivaldybės administracija, Lietuvos Respublikos teisingumo ministerija, Valstybinė lietuvių kalbos komisija, Vilniaus miesto savivaldybės administracijos Teisės departamento Civilinės metrikacijos skyrius
(Zaak C-391/09) (1)
(Burgerschap van de Unie - Vrijheid om te reizen en te verblijven in lidstaten - Beginsel van non-discriminatie op grond van nationaliteit - Artikelen 18 VWEU en 21 VWEU - Beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming - Richtlijn 2000/43/EG - Nationale regeling volgens welke voor- en achternamen van natuurlijke personen in akten van de burgerlijke stand moeten worden geschreven in een vorm die voldoet aan de regels inzake de schrijfwijze van de officiële landstaal)
2011/C 194/04
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Vilniaus miesto 1 apylinkės teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Malgožata Runevič-Vardyn, Łukasz Wardyn
Verwerende partijen: Vilniaus miesto savivaldybės administracija, Lietuvos Respublikos teisingumo ministerija, Valstybinė lietuvių kalbos komisija, Vilniaus miesto savivaldybės administracijos Teisės departamento Civilinės metrikacijos skyrius
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Uitlegging van de artikelen 12, eerste alinea, EG en 18, lid 1, EG en van artikel 2, lid 2, sub b, van richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180, blz. 22) — Nationale regeling volgens welke voor- en achternamen van personen met een andere nationaliteit of een ander burgerschap in de door de staat afgegeven akten van de burgerlijke stand moeten worden geschreven met letters van de officiële taal van die staat
Dictum
1)
Een nationale regeling die bepaalt dat de voor- en achternamen van een persoon in akten van de burgerlijke stand van die staat slechts kunnen worden geschreven in een vorm die voldoet aan de regels inzake de schrijfwijze van de officiële landstaal, heeft betrekking op een situatie die niet binnen de werkingssfeer valt van richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming.
2)
Artikel 21 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat:
—
het zich er niet tegen verzet dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat krachtens een nationale regeling die bepaalt dat de voornamen en de achternaam van een persoon in akten van de burgerlijke stand van die staat slechts kunnen worden geschreven in een vorm die voldoet aan de regels inzake de schrijfwijze van de officiële landstaal, weigeren om de voor- en achternaam van een staatsburger van die lidstaat in zijn geboorteakte en huwelijksakte te wijzigen overeenkomstig de regels inzake de schrijfwijze van een andere lidstaat;
—
het zich er niet tegen verzet dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, in omstandigheden als die van het hoofdgeding en krachtens diezelfde regeling, weigeren om de gemeenschappelijke achternaam van een echtpaar bestaande uit burgers van de Unie, zoals hij is vermeld in door de lidstaat van herkomst van een van deze burgers afgegeven akten van de burgerlijke stand, te wijzigen in een vorm die voldoet aan de regels inzake de schrijfwijze van laatstbedoelde staat, op voorwaarde dat deze weigering voor deze burgers van de Unie geen ernstige ongemakken van administratieve, professionele en persoonlijke aard veroorzaakt, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan. Indien zulks het geval blijkt te zijn, dient deze rechter eveneens na te gaan of de weigering tot wijziging noodzakelijk is ter bescherming van de belangen die de nationale regeling beoogt te waarborgen en evenredig is aan de nagestreefde legitieme doelstelling;
—
het zich er niet tegen verzet dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat in omstandigheden als die van het hoofdgeding en krachtens diezelfde regeling weigeren om de huwelijksakte van een burger van de Unie die staatsburger van een andere lidstaat is, in dier voege te wijzigen dat de voornamen van deze burger in deze akte met diakritische tekens worden geschreven zoals in de door zijn lidstaat van herkomst afgegeven akten van de burgerlijke stand en in een vorm die voldoet aan de regels inzake de schrijfwijze van de officiële landstaal van laatstbedoelde staat.
(1) PB C 312 van 19.12.2009.
Full & Egal Universal Law Academy