20.11.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 317/10
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 30 september 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny Izba Finansowa Wydział I — Polen) — Oasis East sp. z o.o./Minister Finansów
(Zaak C-395/09) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Richtlijn 2006/112/EG - Toetreding van nieuwe lidstaat - Recht op aftrek van voorbelasting - Nationale regeling waarbij recht op aftrek van belasting over bepaalde diensten wordt uitgesloten - Handelspartners die in als „belastingparadijs” gekwalificeerd gebied zijn gevestigd - Bevoegdheid van lidstaten om ten tijde van inwerkingtreding van Zesde btw-richtlijn bestaande regels inzake uitsluiting van recht op aftrek te handhaven)
2010/C 317/19
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Naczelny Sąd Administracyjny Izba Finansowa Wydział I
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Oasis East sp. z o.o.
Verwerende partij: Minister Finansów
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Naczelny Sąd Administracyjny — Uitlegging van artikel 17, lid 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1), alsmede van artikel 176 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Nationale regeling die reeds vóór de toetreding van kracht was en waarbij het recht wordt uitgesloten op aftrek van de belasting over de diensten in verband waarmee de vergoeding wordt betaald aan een rechtssubject dat zijn woonplaats, zetel of hoofdkantoor heeft in een als „belastingparadijs” bestempeld gebied
Dictum
Artikel 17, lid 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995, waarvan de bepalingen in wezen zijn overgenomen in artikel 176 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, moet aldus worden uitgelegd dat op grond daarvan niet is toegestaan een nationale wetgeving te handhaven die bij de inwerkingtreding van de Zesde richtlijn (77/388) in de betrokken lidstaat van toepassing was, en algemeen het recht uitsluit op aftrek van voorbelasting die is voldaan bij de verwerving van ingevoerde diensten, in verband waarmee de vergoeding direct of indirect wordt betaald aan een persoon die in een in deze wetgeving als „belastingparadijs” gekwalificeerd land of gebied is gevestigd.
(1) PB C 312 van 19.12.2009.
Full & Egal Universal Law Academy