22.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/7
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 september 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Østre Landsret — Denemarken) — Lady & Kid A/S, Direct Nyt ApS, A/S Harald Nyborg Isenkram- og Sportsforretning, KID-Holding A/S/Skatteministeriet
(Zaak C-398/09) (1)
(Niet-terugbetaling van onverschuldigd betaalde belasting - Ongerechtvaardigde verrijking wegens verband tussen invoering van deze belasting en afschaffing van andere heffingen)
2011/C 311/08
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Østre Landsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Lady & Kid A/S, Direct Nyt ApS, A/S Harald Nyborg Isenkram- og Sportsforretning, KID-Holding A/S
Verwerende partij: Skatteministeriet
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Østre Landsret — Uitlegging van het arrest van het Hof in zaak C-192/95, Comateb e.a., en van de gemeenschapsrechtelijke beginselen inzake terugvordering van onverschuldigde betaling — Weigering van terugbetaling van een nationale heffing die onverenigbaar met het gemeenschapsrecht is verklaard, wegens ongerechtvaardigde verrijking daar er een rechtstreekse band is tussen de invoering van de onrechtmatige heffing en de opheffing van andere op een andere basis geïnde heffingen — Niet-terugbetaling waardoor marktdeelnemers die producten invoeren, worden benadeeld tegenover marktdeelnemers die soortgelijke nationale producten kopen, doordat eerstgenoemden naar verhouding meer aan onrechtmatige heffing hebben betaald dan laatstgenoemden
Dictum
De regels van het recht van de Unie inzake terugvordering van het onverschuldigd betaalde moeten aldus worden uitgelegd dat terugvordering van het onverschuldigd betaalde alleen tot ongerechtvaardigde verrijking kan leiden wanneer de bedragen die een belastingplichtige ten onrechte heeft betaald aan belasting die een lidstaat in strijd met het recht van de Unie heeft geheven, rechtstreeks op de koper zijn afgewenteld. Het recht van de Unie verzet zich dus ertegen dat een lidstaat terugbetaling van een onrechtmatige belasting weigert op grond dat het door de belastingplichtige ten onrechte betaalde bedrag is gecompenseerd door een besparing als gevolg van de gelijktijdige afschaffing van andere heffingen, aangezien deze compensatie volgens het recht van de Unie niet kan worden aangemerkt als ongerechtvaardigde verrijking met betrekking tot deze belasting.
(1) PB C 312 van 19.12.2009.
Full & Egal Universal Law Academy