30.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/4
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 juni 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Supremo Tribunal de Justiça — Portugal) — José Maria Ambrósio Lavrador, Maria Cândida Olival Ferreira Bonifácio/Companhia de Seguros Fidelidade-Mundial SA
(Zaak C-409/09) (1)
(Verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven - Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG en 90/232/EEG - Recht op vergoeding door verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven - Voorwaarden voor beperking - Bijdrage van slachtoffer tot eigen schade - Risicoaansprakelijkheid - Op minderjarige derde slachtoffer van ongeval toepasselijke bepalingen)
2011/C 226/06
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Supremo Tribunal de Justiça
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: José Maria Ambrósio Lavrador, Maria Cândida Olival Ferreira Bonifácio
Verwerende partij: Companhia de Seguros Fidelidade-Mundial SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Supremo Tribunal de Justiça — Uitlegging van artikel 1 van de Derde richtlijn (90/232/EEG) van de Raad van 14 mei 1990 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB L 129, blz. 33) — Mate waarin derden door de verplichte verzekering zijn gedekt — Bepalingen die gelden voor minderjarige derden die het slachtoffer zijn van een ongeval
Dictum
Richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, en de Derde richtlijn (90/232/EEG) van de Raad van 14 mei 1990 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen nationale bepalingen inzake wettelijke aansprakelijkheid krachtens welke het recht van het slachtoffer van een ongeval om te worden vergoed door de verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid van het bij het ongeval betrokken motorvoertuig kan worden uitgesloten of beperkt op basis van een individuele beoordeling van de uitsluitende of gedeeltelijke bijdrage van dit slachtoffer tot de eigen schade.
(1) PB C 11 van 16.1.2010.
Full & Egal Universal Law Academy