21.5.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 152/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 5 april 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias — Griekenland) — Christina Ioanni Toki/Ypourgos Ethnikis paideias kai Thriskevmaton
(Zaak C-424/09) (1)
(Richtlijn 89/48/EEG - Artikel 3, eerste alinea, sub a en b - Erkenning van hogeronderwijsdiploma’s - Milieukundig ingenieur - Met gereglementeerde beroepsactiviteit gelijkgestelde activiteit - Toepasselijk erkenningsmechanisme - Begrip „beroepservaring”)
2011/C 152/09
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Christina Ioanni Toki
Verwerende partij: Ypourgos Ethnikis paideias kai Thriskevmaton
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Symvoulio tis Epikrateias — Uitlegging van artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma’s waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PB L 19, blz. 16) — Uitlegging van artikel 1, lid 3, van richtlijn 2001/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2001 tot wijziging van de richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG van de Raad betreffende het algemeen stelsel van erkenning van beroepskwalificaties en de richtlijnen 77/452/EEG, 77/453/EEG, 78/686/EEG, 78/687/EEG, 78/1026/EEG, 78/1027/EEG, 80/154/EEG, 80/155/EEG, 85/384/EEG, 85/432/EEG, 85/433/EEG en 93/16/EEG van de Raad betreffende de beroepen van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger (verpleegkundige), beoefenaar der tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, architect, apotheker en arts (PB L 206, blz. 1) — Toegang tot een gereglementeerd beroep of uitoefening ervan onder dezelfde voorwaarden als de eigen onderdanen — Beroep van milieukundig ingenieur — Begrip „beroepservaring”
Dictum
1)
Artikel 3, eerste alinea, sub b, van richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hogeronderwijsdiploma’s waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2001, moet aldus worden uitgelegd dat het in deze bepaling voorziene erkenningsmechanisme van toepassing is wanneer het betrokken beroep in de lidstaat van herkomst valt onder artikel 1, sub d, tweede alinea, van die richtlijn, ongeacht of de betrokkene al dan niet volwaardig lid is van de vereniging of organisatie in kwestie.
2)
De beroepservaring van een persoon die verzoekt om toestemming om in de ontvangende lidstaat een gereglementeerd beroep uit te oefenen, kan voor de toepassing van artikel 3, eerste alinea, sub b, van richtlijn 89/48, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/19, slechts in aanmerking worden genomen als is voldaan aan de volgende drie voorwaarden:
—
de aangevoerde ervaring moet zijn opgedaan tijdens een voltijdse werkzaamheid van ten minste twee jaar tijdens de voorafgaande tien jaren;
—
die werkzaamheid moet de permanente en regelmatige uitoefening hebben omvat van een geheel van beroepsactiviteiten die in de lidstaat van herkomst kenmerkend zijn voor het beroep in kwestie, zonder dat zij noodzakelijkerwijs al die activiteiten moet omvatten, en
—
het beroep zoals het normaliter wordt uitgeoefend in de lidstaat van herkomst, moet met betrekking tot de activiteiten die het bestrijkt, gelijkwaardig zijn aan het beroep voor de uitoefening waarvan in de ontvangende lidstaat toestemming is aangevraagd.
(1) PB C 24 van 30.1.2010.
Full & Egal Universal Law Academy