18.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/20
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 14 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Union syndicale Solidaires Isère/Premier ministre, Ministère du travail, des relations sociales, de la famille, de la solidarité et de la ville, Ministère de la santé et des sports
(Zaak C-428/09) (1)
(Sociale politiek - Bescherming van veiligheid en gezondheid van werknemers - Richtlijn 2003/88/EG - Organisatie van arbeidstijd - Artikelen 1, 3 en 17 - Toepassingsgebied - Incidentele en seizoengebonden werkzaamheden van personeelsleden met „aanstellingsovereenkomst voor vormingswerk” - Beperking van arbeidstijd van deze personeelsleden in vakantie- en vrijetijdscentra tot 80 dagen per jaar - Nationale regeling die voor deze personeelsleden niet voorziet in minimale dagelijkse rusttijd - Afwijkingen waarin artikel 17 voorziet - Voorwaarden - Garantie van gelijkwaardige compenserende rusttijd of, in uitzonderlijke gevallen, passende bescherming)
2010/C 346/32
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Union syndicale Solidaires Isère
Verwerende partijen: Premier ministre, Ministère du travail, des relations sociales, de la famille, de la solidarité et de la ville, Ministère de la santé et des sports
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil d’État (Frankrijk) — Uitlegging van artikel 17, leden 1, 2 en 3, sub b, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299, blz. 9), juncto artikel 1, lid 1, van dezelfde richtlijn — Incidentele en seizoengebonden werkzaamheden van personeelsleden met een aanstellingsovereenkomst voor vormingswerk — Verenigbaarheid, met de richtlijn, van een nationale regeling die de arbeidstijd van dit personeel in vakantie- en vrijetijdscentra beperkt tot tachtig dagen per jaar, maar niet voorziet in een minimumrusttijd per dag — Begrippen „gelijkwaardige compenserende rusttijden” en „passende bescherming” voor de betrokken werknemers
Dictum
1)
Personen met een overeenkomst zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanstellingsovereenkomst voor vormingswerk die incidenteel en tijdens het seizoen werkzaam zijn in vakantie- en vrijetijdscentra en maximaal 80 dagen per jaar werken, vallen onder het toepassingsgebied van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.
2)
Personen met een overeenkomst zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanstellingsovereenkomst voor vormingswerk die incidenteel en tijdens het seizoen werkzaam zijn in vakantie- en vrijetijdscentra, vallen onder de in artikel 17, lid 3, sub b en/of c, van richtlijn 2003/88 bepaalde afwijking.
Een nationale regeling die de werkzaamheid van personen met een dergelijke overeenkomst tot 80 werkdagen per jaar beperkt, voldoet niet aan de in artikel 17, lid 2, van deze richtlijn gestelde voorwaarden voor toepassing van deze afwijking, namelijk dat aan de betrokken werknemers gelijkwaardige compenserende rusttijden worden geboden of, in de uitzonderlijke gevallen waarin dit op objectieve gronden niet mogelijk is, een passende bescherming wordt verleend.
(1) PB C 24 van 30.1.2010.
Full & Egal Universal Law Academy