25.6.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 186/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 5 mei 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court of the United Kingdom — Verenigd Koninkrijk) — Shirley McCarthy/Secretary of State for the Home Department
(Zaak C-434/09) (1)
(Vrij verkeer van personen - Artikel 21 VWEU - Richtlijn 2004/38/EG - Begrip „begunstigde” - Artikel 3, lid 1 - Staatsburger die zijn recht op vrij verkeer nooit heeft uitgeoefend en die altijd in lidstaat van nationaliteit heeft verbleven - Gevolg van bezit van nationaliteit van andere lidstaat - Zuiver interne situatie)
2011/C 186/08
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Supreme Court of the United Kingdom
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Shirley McCarthy
Verwerende partij: Secretary of State for the Home Department
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Supreme Court of the United Kingdom — Uitlegging van de artikelen 3 en 16 van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PB L 158, blz. 77) — Begrippen „begunstigde” en „legaal verblijf” — Brits staatsburger die ook de Ierse nationaliteit bezit en haar gehele leven in het Verenigd Koninkrijk heeft verbleven
Dictum
1)
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, moet aldus worden uitgelegd dat deze richtlijn niet van toepassing is op een burger van de Unie, die zijn recht van vrij verkeer nooit heeft uitgeoefend, die altijd heeft verbleven in een lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit en die ook de nationaliteit van een andere lidstaat bezit.
2)
Artikel 21 VWEU is niet van toepassing op een burger van de Unie die zijn recht van vrij verkeer nooit heeft uitgeoefend, die altijd heeft verbleven in een lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit en die ook de nationaliteit van een andere lidstaat bezit, voor zover de situatie van deze burger niet de toepassing meebrengt van maatregelen van een lidstaat die tot gevolg hebben dat hem het effectieve genot wordt ontzegd van de belangrijkste aan de status van burger van de Unie verbonden rechten of de uitoefening wordt belemmerd van zijn recht om vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de lidstaten.
(1) PB C 11 van 16.1.2010.
Full & Egal Universal Law Academy